Ypres Countdown 2019: #9 Een Brit

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We beginnen in duo’s, om het aantal uitvallers te compenseren, om dan te eindigen met een rasoude, rasechte, verrassende (???) top zeven, omdat het nummer zeven nu eenmaal heiliger is dan de frieten van het Kattekwaad of de Sasjes in ’t Katspel.

Ziehier dus: plaats 9: een Brit.

Sinds het Britse kampioenschap werd toegevoegd is de Britse delegatie er nog niet in geslaagd om hier te komen meestrijden met de top van het Belgische elitegroepje. Het eerste jaar lukte dat nog het beste met onder meer Keith Cronin, maar daarna ging het toch wat achteruit. Toch zullen er zeker enkele Britten in de top tien komen piepen want ook al is het kampioenschap over het Kanaal wat fletser geworden, toch tekenen enkele Britse toppers present. Tom Cave en Rhys Yates moeten er zeker in slagen om de lokale helden af te troeven in de Westhoek. Maar de echte Belgische toppers aftroeven, dat zien we nog niet meteen gebeuren.

DSC_2520Tom Cave was enkele jaren geleden nog sterk in het voordeel toen de Britten een eerste keer passeerden. Hij reed nog met de Proton s2000 een bijzonder korte rally maar maakte dus wel al kennis met de Ieperse wegen. De Rosse kwam terug in 2017 met hoge verwachtingen maar moest opnieuw de wagen op kant zetten halfweg koers. Hij slaagde er weliswaar niet in om een tijd in de top tien te klokken maar kwam op regelmaat wel op plaats negen terecht. Dat zou zomaar eens zijn stekje dit jaar kunnen worden ook. Cave was vorig jaar ook afwezig en heeft dus een beetje achterstand op zijn dichtste concurrente.

We blijven Cave een attractie vinden, maar hij lijkt stilaan te verzeilen in de doos met “eeuwige belofte” nu hij stilaan de kaap van de 30 jaar ziet naderen. Ontzettend jammer want we zagen indertijd wel iets in de Brit die helaas te weinig kansen kreeg na het avontuur bij Proton waarop hij eigenlijk drie jaar verloor in een voortrekker, weliswaar op wereldniveau met onder meer twee vice-titels in de DMack Cup. Cave komt wel als leider in het Britse kampioenschap en zal zijn vel tegenover zijn landgenoten zeker duur verkopen.

Ook Rhys Yates moet zonder veel moeite een stekje in de top tien verwerven. Toen hij vorig jaar de Rally van Wervik autoritair won, dachten we dat hij wel eens een rol van betekenis zou kunnen spelen in de Ypres Rally, maar Wervik is duidelijk Ieper niet. Ook Yates had het moeilijk om toptijden te draaien en liet zich vooral opmerken door een reeks foutjes. Misschien had hij die Rally van Wervik nooit mogen winnen, want hij begon daardoor wellicht te enthousiast aan de hoofdschotel. Yates moest uiteindelijk opgeven omdat zijn co-rijder ziek werd.

Maar Yates is een jaartje ouder en rijper, en reed ondertussen al een degelijke WRC2-campagne, zonder zich echt te laten opmerken. Die ervaring, en de kennis van vorig jaar, moeten de jonge snaak, (alhoewel: hij is ook al 27 jaar), zeker helpen in deze editie. Op de weg blijven moet echter de eerste ambitie zijn, en dan kan hij wel eens ver geraken, maar of dat veel verder zal zijn dan plaats negen, daar hebben we wat twijfels rond. Toch zijn we ontzettend blij dat hij er, gezien zijn drukke agenda, bij is, want zoals gezegd is de Britse spoeling een pak minder, zonder onder meer de Moffetts en zonder David Bogie, virtueel tweede in het BRC.

Advertenties

Ypres Countdown 2019: #10 een Volkswagen

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We beginnen in duo’s, om het aantal uitvallers te compenseren, om dan te eindigen met een rasoude, rasechte, verrassende (???) top zeven, omdat het nummer zeven nu eenmaal heiliger is dan de frieten van het Kattekwaad of de Sasjes in ’t Katspel.

Ziehier dus: plaats 10: een Volkswagen.

Ook hier twee bekende namen die we even naar voor schuiven en op dit moment merk je toch dat het startveld in de Ypres Rally toch een pak minder slecht is dan dat er veel zeggen, inclusief mezelf in een onbewaakt moment. Ja, het is misschien wat minder, maar er rest zeker nog genoeg kwaliteit. Dat we Patrick Snijers en Davy Vanneste hier al naar voor brengen en positioneren, is veelzeggend.

DSC_3005Davy Vanneste kende niet de gemakkelijkste jaren in Ieper. Vorig jaar moest hij opgeven op een moment dat hij in de top tien was gedoken. Het jaar ervoor viel hij nog net buiten de top tien. In 2016 viel hij ook uit toen hij ook aan de poort van de top tien stond. In 2015 zag hij wel de finish op een negende stek. De prestatie van 2014 toen hij zesde werd en die van 2013 waar hij podiumrijp bleek herhaalde de Menenaar de jongste jaren niet meer, maar dat ligt eerder aan de verbreding aan de top dan aan hemzelf. In Wervik oogde het niet flitsend bij zijn debuut met de Volkswagen maar hij nam toch al een besttijd voor zijn rekening en stond toch secuur vierde op het moment dat hij zijn VW op kant moest zetten met de motorkap open aan het einde van Kruiseke.

Een top tien, dat zou zonder meer oké zijn en we zijn er zeker van dat hij voor de start daarvoor zou tekenen,, al kennen we Vanneste genoeg om te weten dat hij heimelijk hoopt op meer, veel meer.

Die andere VW-rijder zal zijn wensen vast en zeker niet verzwijgen. We verlangen nu al om de ambities te horen van Patrick Snijers want ook al is hij al een tijdje Mr. Ypres niet meer, Ieper en Snijers, die zijn al even onlosmakelijk verbonden als mossels en selder, of boke en choco. Snijers maakt nog steeds progressie met de VW en in Bocholt toonde hij nog eens dat er nog altijd een heel klein enthousiast jongentje  onder die gebeitelde tronie schuilgaat met een heel aanvallende stijl die hem naar plaats vijf had gebracht, tussen een Cherain, Fernémont en de Mévius.  Jammer genoeg moest de Lange nog opgeven, maar hij toonde alvast dat hij op zijn eigenste terrein de kloof met de kopgroep stilaan dicht kreeg.

Snijers mag echter voor één keertje denken wat hij wil, maar meegaan met de vele jonge veulens en het internationale talent, daar zien we hem, in Bocholt ja, maar in Ieper niet meer toe in staat en dat is alles behalve een schande. De laatste keer dat hij nog eens met een R5-wagen in Ieper reed is ook alweer drie jaar geleden en toen eindigde hij als twaalfde (weliswaar met een vrij slome 208 R5) nadat hij een foutje maakte en van ver moest terugkomen. Snijers is zeker meer waard dan plaats tien, maar echt veel hoger mag hij toch niet mikken. Als hij top tien rijdt zal hij zeker zichzelf op de borst mogen kloppen. Misschien nog veel belangrijker dan die eindnotering, zal de afstand zijn op de winnaar, dan maakt die plaats veel minder uit, Snijers kennende.

Nog één verwoede poging, en dan moet hij misschien maar eens zijn zitten op het historicgedeelte om zo zijn aantal zeges in Ieper op te krikken?

 

Ypres Countdown #11: Een Porsche

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We beginnen in duo’s, om het aantal uitvallers te compenseren, om dan te eindigen met een rasoude, rasechte, verrassende (???) top zeven, omdat het nummer zeven nu eenmaal heiliger is dan de frieten van het Kattekwaad of de Sasjes in ’t Katspel.

Ziehier dus: plaats 11: een Porsche

DSC_7674Bijna een jaarlijks terugkerend stukje: een Porsche in de Countdown. Sinds we dat deden kwam het echter nooit uit. Echter, ver van onze voorspelling bleven de Porschisten nooit. Ter herinnering. Patrick Snijers leek vorig jaar op weg naar plaats veertien maar verloor in het slot nog veel tijd waardoor Claudie Tanghe nog opschoof naar de zestiende stek en als eerste Porsche over het podium in Ieper reed.

Patrick Snijers heeft inmiddels een andere montuur, maar Claudie Tanghe verschijnt terug aan de start, net zoals Chris Van Woensel en uiteraard ook Tim Van Parijs. Ook Fredericq Delplace neemt de start maar hij is de enige in het kwartet die we niet meteen op de rand van de top tien zien eindigen, ook al eindigde afgelopen weekend voor Van Parijs. De Oost-Vlaming verloor namelijk twee minuten in een gracht. Zonder dat verlies stond hij netjes in de top tien in Wervik.

Claudie Tanghe kan op zijn beurt terugblikken op een goede Monteberg Rally waar hij zesde werd en zich dus klaar toonde voor de Ypres Rally. Hij zette zijn Porsche netjes tussen de R5-wagens van Kevin Van Deijne en Jeroen Swaanen. Van Woensel komt dan meer met minder vertrouwen aan de start. Zijn enige rally dit seizoen, de TAC Rally, eindigde na enkele hectometers in het decor.

Het trio is elkaar meer dan waard. Als de drie moderne ‘musketiers’ elkaar opjagen, maar toch met het nodige verstand rijden, zien we minstens eentje van hen heel dicht bij de top tien komen.

Ypres Countdown 2019: #12 Een voortrekker

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We beginnen in duo’s, om het aantal uitvallers te compenseren, om dan te eindigen met een rasoude, rasechte, verrassende (???) top zeven, omdat het nummer zeven nu eenmaal heiliger is dan de frieten van het Kattekwaad of de Sasjes in ’t Katspel.

Ziehier dus: plaats 12: een voortrekker.

DSC_4719Er was een tijd dat we voorwielaangedreven wagens wel eens in onze top tien zetten maar sinds de nivellering aan de top door de R5-wagens moesten we daar van af zien. Maar, laat ons bekennen dat de Ypres Rally dit jaar niet het startveld heeft van de jongste jaren en dat het achterveld R5-wagens het wel eens heel moeilijk kan hebben met die (te) kleine horde “keunekoten”, zijnde voortrekkers.

Bovendien zit er niemand te wachten op een doorlezertje over Bert Coene of Martin Van Iersel (no offence Bert en Martin, maar we stellen liever andere mannen eens voor).

Waarom zou een Manu Guigou of James Williams geen top 12 kunnen scoren? Met Thierry Neuville, Cédric Cherain, Adrian Fernémont, Hermen Kobus, David Bogie, Keith Cronin, Sam Moffett, Didier Duquesne, Achiel Boxoen (onder voorbehoud), Robin Maes, Hugues Lapouille en Yves Bruneel hoeven we namelijk geen rekening te houden. Twaalf namen die de winnaar in R2 uit de top twaalf hielden.

James Williams was vorig jaar verrassend, maar autoritair winnaar in R2 in Ieper. Na zijn exploot reed Williams niet veel meer. Veel te weinig zelfs, zeker voor een man die één van de prestaties van 2018 neerzette in België. (Dat zeg ik niet alleen. Kijk maar naar zijn score in de Sandropov Award). Ieper had de opstap moeten worden, maar helaas… Williams was héér en meester, overklaste als het kon, controleerde als het moest. Williams vindt straks zeker een concurrent in Gilles Pyck, en hij in hem. Zonder Joachim Wagemans (die start in een R5) en Grégoire Munster (die niet start) worden zij dé twee namen om te volgen.

DSC_5496Maar we noemen graag nog een andere man, van een ander allooi en bovendien met een sterkere wagen. Geen R2, maar een R3(t). Emmanuel Guigou komt voor het eerst proeven van Ieper. Een korte voorstelling is nodig, maar eigenlijk te belachelijk voor woorden. Guigou is namelijk een begrip in Frankrijk, een coryfee, stilaan een levende legende. Straten en standbeelden zijn naar hem genaamd (zo luiden de sages en mythes). Renault nam Guigou onder de arm om als referentie te dienen voor al het jonge Franse grut die het voetspoor zoekt van Sébastien Loeb en – Ogier, maar weinigen slaagden er doorheen de jaren in om dé referentie te volgen.

Guigou reed al eens in België, onder meer met Philippe Droeven zelfs, maar Ieper, dat is hem onbekend. Guigou vindt echter overal zijn weg en koppelt tijden aan een amusante stijl, of koppelt een amusante stijl aan tijden. Dat zullen we na de rally wel uitmaken. Guigou is één van de weinige (stille) vedettes aan de start, daar staat het merk ‘Sandropov’ garant voor. Als Guigou het kopje erbij houdt, en dit niet neemt als een tussendoortje voor de Rallye Rouergue – Aveyron, dan hebben we er een ferme gast bij, die ongekroonde kampioen.

Tegenstand in R3 is er niet, dus zal de Fransman zeker zijn pijlen op die R5’s richten, wat hij in Frankrijk ook doet. Guigou is in Frankrijk een garantie op een notering in de top tien, en het is nu niet dat Ieper een veld kan voorschotelen als dat van pakweg Le Touquet, Lyon-Charbonnières, de Mont-Blanc of de Var… Top twaalf optimistisch? We zien wel.

 

 

De ontbolstering van een kampioen

De Rallye du Touquet was er weer eentje om duimen en vingers van af te likken. Het startveld was ronduit indrukwekkend waardoor een pronostiek maken ronduit onmogelijk was (ook al waagden enkelingen op de FB-pagina van Sandropov hun kans). En alsof de openingsmanche van het Franse kampioenschap, sowieso al niet de favoriete uitstap voor de snelle zuiderlingen, nog niet moeilijk genoeg was, veranderde de regen de wegen in één lange modderbrij waar enkel de protagonisten blijf mee wisten. Des te opvallender was het dan ook dat een 21-jarige knul uit Nice net daar kwam te ontbolsteren en zich in één lenderuk opwerpt tot de gedoodverfde troonpretendent van de Franse natie. Maar verrast, dat niet helemaal!

DSC_7925

Een broekventje, dat is het nog. Wie Nicolas Ciamin ziet staan naast de gevestigde waarden denkt dat hij nog zijn plechtige communie moet doen. Baardgroei heeft nog geen vat gehad op hem. De pukkels is hij in tegenstelling tot Kalle Rovanperä wel al ontgroeid, wellicht dankzij de Mediterraanse zeelucht en zon.

Nog voor hij goed en wel zijn rijbewijs had dropte de FFSA, de Franse tegenhanger van de RACB, hem in een Fiesta R2 om tijdens een testje wat ervaring op te doen na enkele jaren in de racerij. Meteen was te zien dat hij iets kon. De Franse Federatie legde meteen wat druk op de schouders. De wil om een nieuwe Sébastien Loeb of Ogier te kweken was groot, maar zoals iedereen weet is dat alles behalve simpel.

Doorgaans wordt een Frans talent klaargestoomd op eigen bodem, in één van de talrijke cups die Frankrijk rijk is, maar zo ging het niet bij Ciamin. Hij werd meteen uitgestuurd naar het WRC om ervaring op te doen. Kwestie van de druk op de frêle schouders nog wat te verzwaren. Een wisselvallig parcours werd dat, met vooral veel pech, en een kwalijke naam na Finland waar hij van de baan ging tijdens een  geannuleerde proef. Maar met een achtste plaats in de Var sloot hij zijn debuutjaar wel op een knappe manier af.

Het jaar erop moest hij beginnen scoren, opnieuw in J-WRC. En dat deed hij, met onder meer winst in Finland, Finland begot, en nog vier podia op alle ondergronden, meteen goed voor de vice-titel.

ciaminDe wenkbrauwen werden dan ook gefronst toen Ciamin in 2018 in een Fiat Abarth 124 werd gedropt. Wat heeft een jonkie nu te zoeken in zo’n wagen? Het begin van het einde, zo leek hel even. Gelukkig werd zijn seizoen in Frankrijk met de Abarth gekoppeld aan een WRC2-campagne met de Hyundai i20 R5, weliswaar zonder echte uitschieter al liet hij wel heel knappe tijden noteren op het hoogste niveau. Het waren vooral zijn prestaties in de Franse hexagoon die hoge ogen gooiden. Ciamin nestelde zich keer op keer tussen de R5-wagens. Meer zelfs, bij wijlen vernederde hij ze zelfs. Zijn Mont-Blanc was fabelachtig met zelfs enkele derde tijden en een vijfde plaats algemeen (tot zijn Fiat kuren kreeg).

2019 moet het jaar van de finale doorbraak worden. Zijn Monte-Carlo was degelijk, zonder meer. Vorige week leerde het grote publiek in België hem kennen in Hannuit waar hij weinig verrassend de concurrentie op een hoopje reed. Dat hij ging winnen stond buiten kuif, dat dat met zes minuten zou zijn, had niemand gedacht. Dat hij en brij zo goed samen zouden gaan, dat had niemand kunnen denken. Een Sudist, geschoeid op abrassief korrelasfalt, waar coupures een uitzondering zijn.

Le Touquet was dan ook een soort examen. Hoe zou hij zich stellen tegenover Stéphane Lefebvre of Quentin Gilbert, mannen met WK-ervaring, of Sylvain Michel, reeds kampioen op asfalt en onverhard, of uiteraard tegenover de huidige koning in Frankrijk, Yoann Bonato, vorig jaar nog heer en meester in Paris-Plage in een aftandse DS3.

Ciamin nestelde zich meteen vooraan op een aartsmoeilijk terrein die eigenlijk het zijne niet is. Hij opende slim, liet zich niet verrassen en lag constant op vinkeslag. En toen, zaterdagochtend, ging de gashendel helemaal open. Met enkele rake klappen knokte hij de concurrentie murw. Geen overwinning op punten, maar met zijn zware rechter sloeg hij iedereen K.O., plat tegen de mat. De slotproeven waren zodoende nog indrukwekkender. Hoe hij zo volwassen de touwtjes in handen hield en gecontroleerd naar winst reed… Kippenvel. Meedogenloos. Napoleontisch (hij heeft het gestalte alleszins mee).

Ongelooflijk hoe ze al die jaren terug die ruwe diamant wisten te ontwaren. Hij werd een aartsmoeilijk traject voorgeschoteld, maar wat goed is, komt snel en talent drijft nu eenmaal boven. Amper drie jaar na zijn eerste rally oogst Ciamin al de vruchten van een doorgedreven begeleiding.

Er is weer weelde in Frankrijk. Veel weelde, want ook met Adrien Fourmaux (gesteund door de FFSA) en Laurent Pellier (ex-Peugeot) is de wereld nog niet klaar. (Al gaan ze zeker niet alle drie op het hoogste niveau geraken, dus het gevecht zal sowieso eindigen in een broedermoord). En dat op een moment dat Sébastien Ogier nog in de fleur van zijn leven zit en Stéphane Lefebvre nog maar net het etiket van eeuwige belofte opgekleefd kreeg. De Franse school toont en blijft tonen waarom het de jongste jaren steevast fout gaat in België en bij de RACB. Ook Bernard Munster toont perfect aan waar het fout loopt, anders zou hij zijn zonen niet naar Duitsland sturen.

Terwijl onder meer Finland en Frankrijk hun wapens al in stelling brengen, blijft de RACB wedden op één paard dat afgelopen weekend het weinige krediet dat hij had verzameld bij de goegemeente, nu helemaal heeft verloren… En ondertussen? Talmen, talmen, talmen om eind dit jaar een volgende mislukking klaar te stomen. Tegen dan is Ciamin al lang het hof gemaakt, en is er weer een zitje bezet voor de komende 15 jaar.

En de Sandropov Award 2018 gaat naar …

Eerst nog wat leesvoer en een kleine terugblik op een schitterende week. Jullie waren met 1.061 stemmers. Het was het beste jaar ooit als we die jaargang waarin er oneindig veel kon gestemd worden, buiten beschouwing laten. Met zoveel stemmen mogen we spreken van een representatief beeld. Het is vooral ook meer dan ooit jullie Award geworden, misschien wel de énige échte publieksprijs in Belgisch rallyland. We merkten ook dat heel wat genomineerden best wel wat waarde beginnen te hechten aan deze titel, en ook ontgoochelde niet-genomineerden vroegen om meer tekst en uitleg. Dat geeft aan dat het toch wel leeft en dat ook piloten bezig zijn met deze uit de hand gelopen voxpop.

Opvallend, op 1.061 stemmen waren er maar veertien bij die iets of iemand anders in gedachten hadden, dus we hadden een goede, verantwoorde, gefundeerde selectie. Steve Bécaert mocht er misschien ook wel tussen na een meer dan knappe Sezoens, net zoals Paul Lietaer die dertig jaar na datum opnieuw kampioen werd in de Opel Manta. En ook de vice-titelhouder in het TER heeft recht van spreken als hij vraagt waarom hij niet genomineerd is. Ook grandioos vergeten, Manu Bouts die maar liefst een zes op zes boekte in de rally’s waar hij aan de start stond… Geloof ons: een selectie maken is zeker niet altijd even gemakkelijk.

cropped-dsc_0860.jpgDe minste score was voor Adrien Fourmaux, niet geheel onlogisch gezien het gaat om een Fransman die geen kilometer reed op Belgische bodem. En toch: bij negen mensen liet hij een onuitwisbare indruk na. Xavier Baugnet pakte maar drie stemmen meer en dat is toch wel opmerkelijk na toch een opgemerkte passage in de Condroz. Ook Sébastien Bédoret staat niet in de top tien terwijl hij dit jaar eigenlijk niets of toch weinig verkeerd deed.

Rhys Yates is tiende geworden met 35 stemmen. Vast mensen die naar Wervik gingen en daar een ontketende jongeman naar winst zagen snellen, op een brutale autoritaire manier. Zijn landgenoot James Williams scoorde 45 stemmen. De Brit was trots op zijn nominatie en ging zelfs stemmen ronselen, vandaar dat mooie aantal stemmen. Terecht trouwens, want wat Williams toonde behoorde tot het beste van hetgeen we zagen in R2 dit jaar. We wensen hem dan ook alle geluk de komende jaren en hopen dat hij in 2019 een mooi programma op touw kan zetten. Hopelijk zien we hem binnen enkele jaren ergens met champagne spuiten op hoog niveau en kunnen we zeggen: “hoh zie, we hebben die nog gezien in Ieper en hij stond ooit in de Sandropov eindejaarslijst.” (Maar dat hopen we voor Fourmaux en veel jonge Belgen die straks aan bod komen ook natuurlijk).

Patrick Snijers pakte 51 stemmen. Gezien zijn stevige fanbase is dat misschien niet zoveel. Ook Mats van den Brand pakte “maar” 68 stemmen terwijl hij toch dé attractie was op onze Belgische wegen, of niet? Hij moet wel amper onderdoen voor Thierry Neuville die 76 stemmen pakte. Het is altijd fijn om te zien dat jullie niet altijd gaan voor de meest voor de hand liggende keuze, want eerlijk, puur op prestaties moest Neuville al zeven keer deze Award hebben gewonnen.

Met Thomas Vauterin komen we de top vijf binnen. We hopen echt dat de Kortrijkzaan volgend jaar wat steun kan genieten en echt eens kan tonen wat hij allemaal in zijn mars heeft.

DSC_0677Dé man van het voorbije weekend valt net van het podium. Grégoire Munster won vorig weekend op een heel knappe, mature manier de Rallye Hivernal du Dévoluy. Munster krijgt zeker een herkansing want voor die prestatie wordt hij zeker opgepikt voor de Sandropov Award 2019. Zonder twijfel. We zijn toch benieuwd naar zijn plannen na vorig weekend, want als je dat kan in de tweede rally met een R5, in zo’n moeilijke omstandigheden, dan kan je veel. R2 in een stevige competitie en véél kilometers maken lijkt ons nog altijd het beste plan, eventueel in enkele WRC-manches. En tussendoor wat ervaring opbouwen met de R5, in de luwte, weg van alle schijnwerpers, al zal dat steeds moeilijker lukken want de 19-jarige Belg is hot, niet enkel in België maar ook in Duitsland en sinds vorig weekend ook in Frankrijk. Dat werd vorig weekend al bewezen want velen zaten zondagmiddag met de loep te kijken naar zijn prestatie.

In de top drie drie mannen die nadrukkelijk hun supporters hebben aangesproken om te stemmen. Zo verrast Jonas Langenakens met een derde plaats met 157 stemmen. Dit moet hem toch een boost geven, om te zien hoeveel mensen achter hem staan. Hopelijk verraden we niets, maar Jonas vertrouwde ons afgelopen seizoen toe dat hij eens aan het kijken was om te starten met een R5. Dat is er in 2018 niet van gekomen, maar 2019 is een ander jaar. Laat deze prestatie een duwtje in de rug zijn zodat we hem nog eens zien strijden met gelijke wapens. Langenakens verdient het om zich nog eens te meten met de Belgische toppers!

De tweede in de stand pakte 171 stemmen en dat is toch opvallend zeker omdat het om een Waal gaat en Sandropov toch niet echt gericht is op de Waalse markt. Het geeft aan dat ook heel Vlamingen zich bewust zijn van wat Adrian Fernémont het afgelopen jaar liet zien op de Belgische wegen. Toch wel straf hoe hij in zijn eerste vol jaar tussen de grote jongens meteen kon wedijveren voor de overwinning in zowat elke manche waar hij de start nam, en zelfs even meedeed voor de titel. Gezien Sandropov toch voornamelijk (West-)Vlaamse lezers aantrekt mag Fernémont zich misschien wel de morele winnaar noemen van deze Award.

DSC_4393Bij deze is ook de winnaar gekend en dat is voor het tweede jaar op rij Gilles Pyck, een primeur. Ook dat geeft aan dat de jonge telg op korte tijd al een hele schare fans achter zich heeft staan en dat is niet meer dan normaal gezien zijn prestaties. Wat de toekomst voor hem brengt is onduidelijk. In België zal hij wellicht enkele speelkameraden verliezen in R2 en dus heeft het geen zin zijn leerschool hier verder te zetten. We hopen dat de Poperingenaar genoeg budget vindt om enkele stappen richting het buitenland te zetten en zo ervaring op te doen. Dat zal nodig zijn wil hij zich verder ontwikkelen. Samen met Munster is hij de vaandeldrager van de Belgische jeugd.

Proficiat Gilles, je bent weerom een terechte, mooie winnaar. Helaas kunnen we geen geldprijs koppelen aan deze Award, maar onze morele steun de komende jaren heb je!

En voor de rest… Een schitterend einde van 2018 en tot in 2019. Een goed voornemen is alvast om eens wat meer van ons te laten horen!

Dé prestaties van 2018

Eindejaar is lijstjestijd en dus mag ondanks een stilte van een half jaar ook de Sandropov Award niet ontbreken. Zeker niet in een jaar waarin we van januari tot midden november talloze weekends onze nagels hebben afgebeten en dagenlang, en zelfs nachtenlang, op onze stoel hebben zitten schuifelen. Wereldkampioen is Thierry Neuville alweer niet geworden, maar we hebben wel genoten van een waanzinnig seizoen dat qua spanning enkel werd bijgebeend door de discussie over het migratiepact. In België viel er ook meer dan eens iets te beleven. Kris Princen en Vincent Verschueren vochten een titanenduel uit, dat enkele keren doorkruist werd door Adrian Fernémont.

Op Europees niveau viel er veel minder nieuws te rapen en zonder de Ypres Rally in het ERC worden we er ook niet meer echt warm van. In TER hebben we wel een Belgische vice-kampioen met Joachim Wagemans. Bijna een volledig Belgisch podium want Sébastien Bédoret besloot op drie. Het zegt veel over dat kampioenschap.

We grasduinen nog even door het jaar en zetten de belangrijkste prestaties van de Belgen (in binnen- en buitenland) en van buitenlanders in België op een rij. Aan jullie om dan uit te maken wie of wat de strafste was.

Jonas Langenakens in Haspengouw

DSC_4372Zeven jaar na zijn eerste nominatie maakt Jonas Langenakens opnieuw deel uit van onze eindejaarslijst. Mijn leeftijdsgenoot reed een beperkt, maar wel een opvallend programma. In Jean-Louis Dumont moest hij de wagen op kant zetten maar zijn andere prestaties werden wel opgemerkt. Achtste in een sterk bezette Wallonie, tiende in die schitterende rally van Luxemburg en  winst bij zijn debuut in de Hemicuda Rally in Koekelare, en dus zijn eerste algemene overwinning in West-Vlaanderen. We nomineren Langenakens echter voor zijn prestaties in Haspengouw, net zoals in 2011. Daar werd hij knap zesde, vóór onder meer de R5’s van Sébastien Bédoret en Robin Maes.

Het was al te lang geleden dat Langenakens nog eens genomineerd werd. Bij deze is dat terug helemaal goedgemaakt.

Adrian Fernémont in Spa

DSC_2284Duizend maal dank aan Adrian Fernémont om dit seizoen te kruiden en te kleuren. Wie dacht dat Kris Princen en Vincent Verschueren de zeges onder elkaar zouden verdelen kwam al snel bedrogen uit want Fernémont legde Princen in Spa netjes over de knie. Het werd één van de meest bloedstollende rally’s van het seizoen. Drie weken later bevestigde Fernémont door in de Wallonie opnieuw te strijden voor winst. Even dachten we dat we naar een driestrijd om de titel zouden gaan maar een olielek in Bocholt maakte daar een eind aan.

Het najaar oogde indrukwekkend en was het niet van Stéphane Lefebvre geweest dan won Fernémont twee rally’s dit jaar. Hoe hij daar tempo hield met de Franse fabriekspiloot was indrukwekkend, misschien nog meer impressionant dan in Spa.

Eindelijk drijft iemand van die verloren gewaande Waalse generatie boven. We hopen echt dat Fernémont volgend jaar minstens evenveel rally’s rijdt. Indien dat het geval is hebben we er niet enkel één van de leukste attracties van 2018 bij, maar vooral een topfavoriet voor de titel. Zeg dat Sandropov het gezegd heeft.

Patrick Snijers in Bocholt

DSC_1234We zouden ons al flink moeten vergissen, maar volgens ons is Patrick Snijers nog nooit genomineerd geweest voor de Sandropov Award. Dat komt omdat we liever kijken naar jong geweld, maar in de Sezoensrally ging De Lange echt tekeer als een jonge spring-in-’t-veld. Bijzonder straf!

Snijers reed eindelijk nog eens een volledig seizoen, en daar hebben we allemaal van genoten, en in het bijzonder in Bocholt. Snijers liet het publiek niet enkel genieten van een genereuze, brutale stijl, maar hij liet ook ontzettend sterke tijden noteren, en dat met een achterwiel aangedreven wagen  op die gladde kiezels. Hij kwam zelfs heel even in aanmerking voor het podium, tot hij op het einde nog werd teruggeslagen. Uiteindelijk eindigde hij nog vijfde.

Volgend jaar zullen we zeker opnieuw kunnen genieten van Snijers al blijft de vraag, met welke wagen? De Porsche is de Limburger op het lijf geschreven. Snijers hoeft niet meer te gaan wedijveren met een R5, daarvoor heeft hij in zijn lange carrière al te veel bewezen. Bij deze kennen jullie onze voorkeur (en dat van iemand niet altijd even warm loopt van GT’s).

Thierry Neuville in Sardinië

DSC_4078Ja, Neuville staat bijna ieder jaar in onze lijst, ook al speelt enkele klassen hoger dan de rest in deze lijst. Maar die Power Stage in Sardinië was ongetwijfeld het rallymoment van het jaar in het WRC. Het deed terugdenken aan die heroïsche Golden Stage in Cyprus. Ook toen maakte hij bijna een buiteling richting de overwinning en werd de limiet meer dan eens opgezocht en flink overschreden.

Vorig jaar werd Neuville genomineerd omdat hij Elfyn Evans in Argentinië in extremis nog voorbij ging en won met zeven tienden van een seconden. Dat was ook het verschil in Sardinië, maar dan wel op Sébastien Ogier, wat het des te legendarischer maakte. Aan het einde van de rit heeft het niets uitgehaald. De Fransman pakte zijn zoveelste titel, de Belg zijn zoveelste vice-titel, maar genoten hebben we wel.

Rhys Yates in Wervik

DSC_2520Alleen aandachtige volgers hadden al gehoord van Rhys Yates vóór Wervik. De Brit reed een vrij sobere Ypres Rally in 2017 maar kwam met een andere ingesteldheid naar editie 2018 en besliste om zich optimaal voor te bereiden in Wervik.

Yates stond bijlange niet op het kransje favorieten voor deze voorbereidingswedstrijd, maar al snel bleek de piepjonge Brit een gesel voor de lokale piloten en de andere teams die zich kwamen voorbereiden in de Tabaksstad.

Met ongelooflijk veel lef en durf snelde hij naar winst, maar misschien ging het net iets te vlot want Wervik is Ypres niet, zo bleek. Yates veroverde wel veel rallyharten door een agressieve stijl. Zo willen de mensen een Skoda Fabia R5 zien rondrijden.

Vorig jaar nomineerden we Jim van den Heuvel, vooral voor die schitterende afdaling op KP Wervik, aan “de linde”. Yates deed er nog een half schepje bovenop, als een volleerde mountainbiker in de afdaling.

Gilles Pyck in Ieper

DSC_4393Ja, er is met onder meer Niels Reynvoet en Gilles Snaet (lid van onze long list), veel meer dan Gilles Pyck, maar de winnaar van de Sandropov Award bevestigde dit jaar al het goede en is op zijn eentje de belichaming van een sterke West-Vlaamse lichting.

Pyck pakte dit jaar drie BRC-manches en won in Kortrijk ook nog een klein prestigeduel. Toch nomineren we hem niet voor zijn prestaties waar hij de overwinning pakte, maar voor een prestatie waar hij een overwinning had moeten pakken, in Ieper. De jonge West-Vlaming kende tot aan Ieper nog niet veel geluk al had hij op dat moment wel al een Juniorzege op zak, in Tielt.

In Ieper leek het tij te gaan keren al begon de rally niet bijster goed met heel wat tijdsverlies in het begin, maar Pyck knokte op een weergaloze manier terug en rolde bijna het ganse peloton op. Met nog de slotlus te gaan was hij beste Junior en stond hij op anderhalve minuut van de leider in RC4. Dat was zowat de tijd die hij verloor in het begin van de wedstrijd. Maar op Vleteren2 stokte de remonte door mechanische problemen. Pyck zijn geluk zou pas keren in de Omloop waar hij opnieuw aanknoopte met een zege. Later pakte hij ook nog de winst in de Condroz.

Voor ons heeft Pyck zich in R2 genoeg bewezen in België en is het tijd voor de volgende stap, al is dat budgettair gezien niet altijd even gemakkelijk en kan hij niet rekenen op hetzelfde kapitaal en dezelfde entourage als die andere talentvolle generatiegenoot aan de andere kant van het land. En oja: als de RACB op zoek gaat naar een opvolger voor Guillaume de Mévius, hoeven ze voor mijn part geen “contest” meer te organiseren. Voor ons is Pyck de kortste weg naar nieuw nationaal succes in het buitenland, mits wat geduld en een flink programma.

James Williams in Ieper

DSC_4719De enige die Pyck kon voorblijven in Ieper was James Williams. Wat de jonge Brit toonde in Ieper getuigde van veel talent.

Williams reed in 2017 ook  al in Ieper, toen nog in de Ford Fiesta met ene Dai Roberts naast zich. Die ene deelname zorgde voor genoeg basis om dit jaar te schitteren en niet enkel zijn Britse concurrenten een stevige hak te zetten maar ook veel Belgische jongeren te kijk te zetten. Vooral de manier waarop was indrukwekkend. Wie de moeite nam om minstens één keer langer te blijven staan zal weten waarover we spreken.

Er schuilt veel talent in die jongen, maar hij heeft één groot nadeel en dat is hij dit jaar veel te weinig reed om zich ook in de UK te laten opmerken.

Sébastien Bédoret in de Omloop

DSC_1901Adieu Achiel Boxoen, bienvenue Sébastien Bédoret. Zo kunnen we het debacle bij Skoda kort voor de Haspengouw het best samenvatten. Na een teleurstellend jaar van Achiel Boxoen besliste Skoda, niet geheel onterecht, om de samenwerking te verbreken en scheep te gaan met een jongeman die wél de juiste leerschool volgde en wél al iets had bewezen op Belgische bodem.

Een uitstekende keuze bleek al snel, want Bédoret zette de Skoda in Tielt meteen op het podium! Het was het begin van een heel correct jaar dat moet zorgen voor voldoende fond om volgend jaar echt te gaan schitteren en mee te doen om de knikkers.

We nomineren Sébastien voor zijn eerste scratch in het BRC. Die kwam er in het slot van de Omloop van Vlaanderen. Hij reed in en rond Roeselare een schitterende wedstrijd en klokte bijna constant tijden in de top drie. Daar rechte de jongeman voor het eerst de rug en toonde hij voor het eerst dat hij niemand moet vrezen.

Adrien Fourmaux in Béthune

DSC_0860Eigenlijk mag deze er niet bij. Adrien Fourmaux is geen Belg en Béthune ligt niet in België, al vinden we dat we met deze belfortstad in Frans-Vlaanderen het valsspelen tot een minimum minimorum beperken. Feit is: Fourmaux heeft ons dé passages van het jaar bezorgd. En omdat we aan onze kleine teen aanvoelen dat het potentieel en talent dat in deze kerel huist, hem wel eens heel ver zou kunnen brengen, nemen we hem toch op in de lijst.

Velen gaan hun wenkbrauwen fronsen. Fourmaux wie? Eerder toevallig werd hij opgevist door het nationale team om de Fiesta Cup te betwisten in Frankrijk. Hij debuteerde vorig jaar in Le Touquet en liet zich met enkele sterke tijden en een meer dan degelijke 28ste plaats meteen opmerken. Na een meer dan goed debuutseizoen mochten de ambities worden bijgesteld. Fourmaux boekte maar liefst een vijf op vijf in de Fiesta Cup en liet zich in zijn eerste Var opmerken bij zijn R5-debuut door in zijn Fiesta meteen tijden in de top drie te draaien (alvorens in het decor te belanden). Dit is Frankrijk’s “Next Big Thing”, daar zijn we nu al van overtuigd.

Mats van den Brand in EBR

DSC_2125Ook Mats van den Brand werd al eens genomineerd, en nog niet eens zo lang geleden, maar het lijkt al een eeuwigheid. Ooit nomineerden we hem voor zijn passage in Bocholt met de Fiesta R2. We dachten dat we hét nieuwe talent van Nederland gevonden hadden en dat we de opvolger van Kevin Abbring en Hans Weijs kenden. Van den Brand reed zich later onder meer in de kijker in de DMack Cup, maar daarna, na 2015, werd het vrij stil en richtte hij zich op het bouwen van BMW M3’s.

Dit jaar reed hij de M-Cup in België. We genoten, weliswaar met een ietwat raar gevoel, want er zat/zit zoveel meer in deze jonge Nederlander. Anderzijds waren we wel heel tevreden over zijn engagement want van den Brand was zonder enige twijfel dé attractie op de Belgische rallywegen in 2018. De enige op wie je dit jaar echt wachtte. Wat een stijl, wat een snelheid. Zelden zagen we iemand op zo’n manier met een M3 rijden. Forceful Driving. Dat is het minste dat je kon zeggen. Nog altijd maar 27… Misschien, heel misschien, als de zaken goed draaien, moet deze jonge snaak alsnog eens een poging wagen om een stapje hoger te wagen. Het zou absolute zonde zijn mochten we hem tot het einde der dagen moeten zien rondrijden in die BMW M3. Maar liever dat, of niets.

Grégoire Munster in Vaucluse

DSC_0677Een pintje voor diegene die een piloot vind die dit jaar meer reed dan Grégoire Munster. 26 rally’s… En belangrijker: er werd geoogst. Vier overwinningen en de titel bij de Belgische Junioren, drie overwinningen en een vice-titel in de Duitse Adam Cup en een hele reeks dichte ereplaatsen, zoals die dertiende stek in de Vaucluse in de Peugeot 208 R2. Dat was toch eentje om in te kaderen, zeker omdat het slechts zijn tweede rally op (Frans) onverhard was.

Ook Munster moet nu een stap zetten, en dat gaat moeite en geld kosten, maar het is broodnodig, zeker omdat er al zoveel is in geïnvesteerd in de jonge snaak met een stevige kop op de schouders. Duitsland en België heeft hij gehad, Frankrijk is een optie, maar Europa en de wereld lonken nu al. Hij heeft nog een stevige weg af te leggen en hij moet nog stevige stappen voorwaarts zetten (denk maar aan Ieper dit jaar) maar met de ervaring die hij nu al heeft en de uitstekende entourage is hij misschien onze enige hoop in bange dagen, want de kweekvijver der junioren en jonge talenten oogt maar droogjes.

Xavier Baugnet in Condroz

47682366_620379885062504_5245624170569531392_nOok Xavier Baugnet is niet aan zijn proefstuk toe bij ons, maar ook deze keer heeft hij zijn nominatie dubbel en dik verdiend. Eén noemenswaardige rally reed Baugnet dit jaar (tenzij je er per se de Escort Rally bij wil tellen). Met de steun van gulle weldoener André Leyh verscheen hij aan de start van de Condroz met een nagelnieuwe Citroën C3 R5.

Welgeteld één lusje had hij nodig om de wagen onder de knie te krijgen alvorens hij zich kwam moeien met tijden in de top vijf. Op zondag ging hij zelfs aan de haal met twee besttijden op een moment dat er vooraan nog flink gekoerst werd, en ook in het peloton waar hij in zat werd er flink getrapt op het gas. Baugnet leek die fantastisch strijd te gaan winnen tot hij lek reed en “pas” achtste werd, op één luttel secondje van Kevin Demaerschalk met eenzelfde wapen (maar met een pak meer ervaring). (Baugnet wipte Demaerschalk uit onze shortlist).

Die jongen verdient toch ook een pak meer dan een luttele one-shot. Mocht hij dezelfde kansen krijgen als Fernémont dit jaar, dan zouden we nog wat zien van deze gast die net als Fernémont deel uitmaakt van een gouden, maar wat vergeten en vooral verloren gewaande generatie.

Thomas Vauterin in Kortrijk

46960643_10213977408641813_175224800136921088_nAfsluiten doen we met nog een oudgediende in deze eindejaarslijst. Niet toevallig veel gekende namen in onze lijst. Het gaat om mannen die er bovenuit steken en op gelijk welk moment met gelijk welke wagen scoren. Dat is bij deze ook zo.

Ook Thomas Vauterin had amper rally’s in de benen vooraleer hij naar Kortrijk kwam. Vorig jaar werd hij nog schitterend tweede in de zes uren, én mocht hij opnieuw aan de start gestaan hebben met een goede R5 dan was hij opnieuw podiumrijp. Vauterin haalde echter de BMW M3 nog eens van stal en reed zich in ware Mats van den Brandstijl naar de overwinning. Didier Vanwijnsberghe moest lijdzaam toe zien hoe de Kortrijkzaan hem op zondag voorbij snelde en ervan wegreed.

Vauterin verbaasde ook op circuit in de Norma. Zoals ik zei: op gelijk welk moment met gelijk welke wagen scoort hij. Zo herken je rastalent. Hoog tijd dat ook bij hem eens een geldschieter langs gaat. Wie een winnaar wil die de kleuren van een sponsor goed verdedigt, kan met Vauterin nooit of te nimmer bedrogen uitkomen. Uit het goede hout gesneden, zo lopen er niet veel meer rond.

Voila, en nu is het aan jullie.

 

Ypres Countdown 2018: #1 Een topfavoriet

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally, dat is een beetje zoals gokken op de prestaties van de Rode Duivels tijdens een Russische roulette of zoals voorspellen wie er het einde niet haalt van het komende seizoen van Game of Thrones. Voor veel Britten leek de rally vorig jaar op hun Raid op Zeebrugge in 1917, voor een kleine Fransman bleek het eens te meer zijn Waterloo, terwijl een Vliegende Hollander warempel zijn spookschip richting winst stuurde. Om maar te zeggen, het kan verkeren in en rond Ieper.

Dit jaar een ander, doch oud concept. Tot de avond voor de shakedown gaan we duo’s of zelfs trio’s voorstellen, vaak in een bepaald thema. Op die manier spelen we in op een reeks opgaves maar zijn we vooral in staat om enkele onbekende namen voor te stellen, want niemand heeft nog behoefte aan een halve biografie van Vincent Verschueren of Thierry Neuville. Voila, de glazen bol is opgeblonken.

Op plaats 1 brengen we u: een topfavoriet, met Kevin Abbring, Bryan Bouffier en Thierry Neuville.

Zonder problemen wordt dit het podium, en zelfs in die volgorde, maar Ieper blijft Ieper en een foutje is snel gemaakt. Vraag het maar aan onze WK-leider.

Laten we even beginnen met Kevin Abbring. De Nederlander heeft alles in huis om straks zichzelf op te volgen. Hij verbaasde vorig jaar vriend en vijand door met de Peugeot 208 R5 de rally te winnen. Wat er onder de motorkap – of tussen de oren van de Nederlander – stak is nog steeds onduidelijk, want het blijft verwonderlijk dat Abbring twee maanden later op soortgelijk parcours het tempo van Vincent Verschueren in de Omloop van Vlaanderen niet kon volgen. Maar de Nederlander klaarde de klus en maakte in één klap zijn seizoen en dat van Peugeot goed.

DSC_5248

Dit jaar richtte hij zich met zijn co-rijder en recordkampioen Pieter Tsjoen op enkele manches in WRC2, maar veel succes leverde hem dat nog niet op. Abbring verviel wat in oude gewoontes door foutjes te maken en illustreerde opnieuw waarom hij zijn zitjes binnen een fabrieksteam in het WRC steeds weer verloor. Als Abbring hoopte om zich via enkele WRC2-wedstrijden terug in de gratie van een team rijden dan is dat niet goed gelukt met twee opgaves door zijn schuld in Monte-Carlo en Zweden. Portugal werd dan weer een calvarietocht waar hij aan de lopende band lek reed op een kapotgereden parcours.

Maar Abbring blijft Abbring, en zonder meer één van de snelste rallypiloten van deze aardbol, en met de C3 R5 krijgt hij in principe een betere wagen onder zijn gat dan vorig jaar. Dus Abbring moet zonder meer in staat zijn om opnieuw een gooi te doen naar winst. Het enige waar we een beetje aan twijfelen is de betrouwbaarheid van de C3, waar we ook al naar verwezen toen we Kevin Demaerschalk voorstelden. Eén ding speelt in het voordeel: het belooft niet te warm te worden, wat toch minder belastend is voor man en machine.

DSC_5176Als Abbring wil winnen dan zal hij wel moeten rekening houden met Bryan Bouffier. Het is simpel als we de statistieken van de jongste jaren erop naslaan: wie voor Bouffier eindigt, wint. De Fransman werd in de jongste vijf jaar al drie keer tweede, en mag dus terecht de Poulidor van Ieper genoemd worden. Vorig jaar leek hij er ontzettend dichtbij, tot hij iets te hard over een jump in Kemmel ging. Een jump waar weinig te winnen, maar vooral veel te verliezen valt. Dat is wel gebleken.

Dit jaar komt hij als leider in het Franse kampioenschap naar de Westhoek, en dat wil toch wat zeggen want het kampioenschap bij onze zuiderburen is om duimen en vingers af te likken dit jaar. Bouffier won met een Hyundai i20 R5 de twee laatste manches in Antibes en in de Vogezen, en lijkt dus klaar om opnieuw een poging te wagen om eindelijk eens helemaal boven op het eindschavot te staan. De 39-jarige Bouffier lijkt van Ieper een obsessie te hebben gemaakt, en erg vinden we dat niet wat de Fransman is en blijft een welgekomen attractie.

Maar uiteraard is er eigenlijk maar één topfavoriet en dat is Thierry Neuville. Een WK-leider in de Westhoek, du jamais vu.

Echter, ook vorig jaar dachten we dat er niets zou te doen zijn aan de drievoudige vice-wereldkampioen maar de Oostkantonner miskeek zich op Dikkebus en hertekende zijn Hyundai van : ) en ; p naar : ( en :°(.

DSC_5305En toch blijft de Oostkantonner de enige, echte topfavoriet. Toen Abbring en Bouffier vorig jaar om elke seconde streden wist Neuville op zaterdag de ene na de andere besttijd te rijden (hij reed zeven scratches op zaterdag). Ook hield de Hyundai het voorbeeldig uit.

Bovendien denken we dat Neuville met een iets andere ingesteldheid naar Ieper afzakt. Vorig jaar was Ieper misschien teveel een tussendoortje en een verplicht nummertje, gepropt tussen Sardinië en Polen. Dit jaar is Polen weggevallen en kan Neuville zich dus volledig focussen op de Ypres Rally. We achten het echt onwaarschijnlijk dat Neuville twee jaar op rij in de fout gaat. We gaan er ook van uit dat die Hyundai opnieuw geen krimp geeft. Waarom zouden we ook? Op internationaal niveau is gebleken dat Hyundai een goed, betrouwbaar product heeft afgeleverd.

Dus…

Dat samen zorgt er voor dat we met enige overtuiging de naam van de winnaar al op het palmares durven bijschrijven.

Rest ons nog de zedenpreker uit te hangen en op te roepen om het veilig en proper te houden.

 

Ypres Countdown 2018: #2 Een titelkandidaat

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally, dat is een beetje zoals gokken op de prestaties van de Rode Duivels tijdens een Russische roulette of zoals voorspellen wie er het einde niet haalt van het komende seizoen van Game of Thrones. Voor veel Britten leek de rally vorig jaar op hun Raid op Zeebrugge in 1917, voor een kleine Fransman bleek het eens te meer zijn Waterloo, terwijl een Vliegende Hollander warempel zijn spookschip richting winst stuurde. Om maar te zeggen, het kan verkeren in en rond Ieper.

Dit jaar een ander, doch oud concept. Tot de avond voor de shakedown gaan we duo’s of zelfs trio’s voorstellen, vaak in een bepaald thema. Op die manier spelen we in op een reeks opgaves maar zijn we vooral in staat om enkele onbekende namen voor te stellen, want niemand heeft nog behoefte aan een halve biografie van Vincent Verschueren of Thierry Neuville. Voila, de glazen bol is opgeblonken.

Op plaats 2 brengen we u: een titelkandidaat, met Kris Princen en Vincent Verschueren.

DSC_3878Vincent Verschueren zakt naar de Ypres Rally af als de leider in het Belgische kampioenschap. De Oost-Vlaming verdedigt er straks vier schamele puntjes op Kris Princen. Omdat Ieper misschien wel een cruciale rol kan spelen voor het verdere verloop van het BK zal er fel gestreden worden tussen de twee titelkandidaten, en die strijd kan hen wel heel ver brengen. Het niveau dat de twee de jongste twee jaar lieten zien, ligt verdomd hoog. Je moet al van internationale klasse kunnen getuigen om dit duo vooraf te gaan.

Tot voor enkele jaren had Verschueren maar een matige relatie met de Rally van Ieper. De Oost-Vlaming slaagde er bij de moderne wagens maar niet in om aan de finish te komen, maar in 2015 eindigde hij plots op het podium. Ook in 2016 leek hij op weg naar een podiumplaats tot hij bevangen werd door giftige dampen in de wegen en op de slotproef nog terugviel. Vorig jaar knoopte hij opnieuw aan met een podiumplaats. Hoewel Verschueren nooit leek mee te doen voor de overwinning hield hij zijn tegenstanders toch ontzettend lang binnen schot. Uiteindelijk eindigde hij op ruim een tiende per kilometer van de winnaar (als we die gecontroleerde slotproef even wegdenken). We menen dat Verschueren dit jaar nog gegroeid is, dus als hij de kloof nog kleiner kan houden dan krijgen we misschien een andere rally. Maar Verschueren zal vooral met de BK-punten in het hoofd zitten.

DSC_3789Kris Princen bleef vorig jaar heel lang in de buurt van Verschueren tot hij zaterdagmiddag teruggeslagen werd en uiteindelijk nog moest knokken om een achtste plaats uit de brand te slepen. Princen heeft het begin dit jaar verdomd moeilijk gehad met Verschueren, tot hij in Tielt kon beroep doen op een betere motor. Toen ze in Bocholt terug met gelijke wapens streden bleven de kemphanen weer in elkaars buurt, als vanouds.

Dat zal wellicht in Ieper niet anders zijn. Princen kan inmiddels ook al flink teren op zijn ervaring – hij rondde vorig jaar de kaap van de 20 deelnames – , zal zich niet vergalopperen en vooral rijden met een telraam in de wagen. Verschueren niet laten uitlopen in de BK-stand, dat zal wellicht het enige doel zijn.

Misschien is het jammer dat beide heren een hoger doel in hun achterhoofd moeten houden. We zouden zowel Verschueren als Princen graag eens volledig bevrijd de strijd om de overwinning zien aangaan.

Ypres Countdown 2018: #3 Een Waal

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally, dat is een beetje zoals gokken op de prestaties van de Rode Duivels tijdens een Russische roulette of zoals voorspellen wie er het einde niet haalt van het komende seizoen van Game of Thrones. Voor veel Britten leek de rally vorig jaar op hun Raid op Zeebrugge in 1917, voor een kleine Fransman bleek het eens te meer zijn Waterloo, terwijl een Vliegende Hollander warempel zijn spookschip richting winst stuurde. Om maar te zeggen, het kan verkeren in en rond Ieper.

Dit jaar een ander, doch oud concept. Tot de avond voor de shakedown gaan we duo’s of zelfs trio’s voorstellen, vaak in een bepaald thema. Op die manier spelen we in op een reeks opgaves maar zijn we vooral in staat om enkele onbekende namen voor te stellen, want niemand heeft nog behoefte aan een halve biografie van Vincent Verschueren of Thierry Neuville. Voila, de glazen bol is opgeblonken.

Op plaats 3 brengen we u: een Waal, met Adrian Fernémont en Cédric Cherain.

Hermen Kobus gaf het na de Ypres Rally van vorig jaar al aan. Het niveau in België is er absoluut niet minder op geworden. Integendeel. Vooral Princen en Verschueren hebben elkaar naar een topniveau gebracht. Je moet dus al van goede huize zijn wil je meegaan met hen.

Gelukkig zijn er twee die dat kunnen.

De eerste is Adrian Fernémont die we toch wel de revelatie van het jaar mogen noemen. Allé, revelatie is misschien veel gezegd. Eerder de bevestiging van iets dat we al tien jaar zien, namelijk dat de Waal, nog altijd geen 30 jaar, enorm snel is en dat hij niemand moet vrezen. Dat toonde hij dit jaar zowel in Spa als in de Wallonie, waar hij zich met winst en een podiumplaats heel even opwierp als outsider voor de titel. Een spijtige opgave in de Sezoensrally, maakte echter abrupt een einde aan die ambitie, maar dat Fernémont zowel in Bocholt als in Ieper starten toont aan dat er ook in zijn entourage heel wat geloof wordt gekoesterd in het kunnen van hun poulain.

Dat mag ook wel, want Fernémont toont al sinds 2012 zijn talent in de Fiesta Trophy. Toen was er nog een echte jongerentrophy en Fernémont toonde zich al op het voorplan toen die cup nog hoogdagen beleefde, ondanks zijn geringe ervaring op dat moment.

DSC_0652

Fernémont toefde veel te lang rond in die Fiesta R2. Het zag er niet meer naar uit dat hij nog een stap hogerop zou zetten. Geen schande, de poel sterke Waalse jongeren was enkele jaren geleden nog vrij omvangrijk, en als er moet gehengeld worden naar fondsen dan kom je snel in dezelfde vijver terecht. (Lees misschien nog eens onze

nominatie voor de Sandropov Award van vorig jaar). Maar kijk, in 2016 proefde hij alsnog van een R5-wagen en liet zich meteen opmerken. Vorig jaar kende dat project een vervolg en vooral in de Condroz verbaasde hij vriend en vijand door zelfs kort even de kop te nemen. Fernémont leek zelfs nog een rolletje te gaan spelen in het kampioenschap toen hij het Verschueren nog moeilijk maakte tot op het einde.

En dit jaar was er dus die overwinning in Spa.

Fernémont kan en mag hoog mikken in Ieper. De rally is hem absoluut niet vreemd en hij reed al enkele degelijke resultaten. Geloof het of niet, maar hij werd in 2016, 2015 en 2014 drie keer 23ste in de Fiesta. Slecht mogen we dat niet noemen. Als hij in de buurt blijft van de protagonisten van het lopende BK dan moet hij in staat zijn om dicht te eindigen. Echter, we zijn niet blind, en geven toe dat Fernémont zal moeten rekenen op enkele uitvallers.

dsc_6826Net zoals die andere Waal: Cédric Cherain. Volgens de laatste berichten zou hij starten in een Skoda Fabia R5 en dan mag hij het podium ambiëren. Als hij start in een Ford Fiesta, dan moeten we hopen dat een goede Fiesta is, en niet zo eentje als in Spa.

Cherain blijft een rare vogel. De ene keer is hij niet te volgen, een andere keer oogt het allemaal nogal slap en veel andere keren eindigt zijn wedstrijd naast de baan. Maar het blijft wel een dijk van een piloot. Herinner u de wedstrijden met die vreemde Renault Mégane waarmee hij ooit eens tweede reed in de EBR, of zijn Franse uitstapjes met de Peugeot 208 R2, waar hij zelfs in het spoor kroop van Kevin Abbring en Stéphane Lefebvre.

Vorig jaar nam hij niet deel in Ieper, het jaar ervoor eindigde zijn rally op de enige natte strook van het hele parcours en in 2015 kende hij motorpech. Maar in 2014 werd hij wel knap en totaal onverwacht tweede na een feilloos parcours. Cherain geeft dus de sleutel tot succes in Ieper al gevonden. Hopelijk weet hij nog waar hij ‘m gelegd heeft.