En de Sandropov Award gaat naar …

… de naam die u allen had verwacht. Met 767 stemmen kenden we een kleine terugval. Dat heeft uiteraard te maken met het feit dat we ons gehouden hebben aan een korte lijst, aan het late tijdstip en de geringe concurrentie voor de winnaar. We kozen ook voor jonge, en vaak minder bekende, piloten die nog geen trouwe massa fans hebben opgebouwd. De winnaar maakte behoorlijk wat reclame en dat was er aan te zien. Zonde voor de concurrentie. Cedriek Merlevede? Jeroen Catelin? Céétn en Jerom (als we even familiair mogen zijn)? Waarom geloofden jullie niet in jullie kansen en verkochten jullie zichzelf niet iets meer?

Merlevede pakte 86 stemmen, goed voor elf procent van het totaal. Jeroen Catelin pakte vijftien procent, ofte 113 stemmen.

DSC_1583Dat reclame maken loont toont ene James Williams. Dé grote attractie van de voorbije Ypres Rally pakte maar liefst 117 stemmen voor zijn rekening en is vice-kampioen in deze award. (James, not enough to win, but this results makes it very clear: Belgian fans love you. There is no real price (read: money) attached to this award, but if you come back to Belgium, you’ll get a souvenir. That’s for sure!) Nogmaals. Williams was sensationeel in Ieper, en dat voor het tweede jaar op rij. Wat zijn Britse collega’s niet kunnen in de R5-klasse, namelijk de top van België volgen, doet Williams in R2 met grandeur, schwung en zwier. (I wonder how Google will translate that.) Williams bewees dat 2018 geen toevalstreffer was. Integendeel, met een nog straffere stijl wist hij zijn wagen weerom op de baan te houden en zette hij zowel zijn Britse als Belgische concurrenten te kijk. Het blijft een schitterende prestatie die ook mijn stemde verdiende (om even uit de biecht te klappen).

Nicolas Ciamin haalde weinig onverwacht weinig stemmen. Daarvoor zal hij ooit een Ieper of de Condroz ofzo moeten betwisten, én presteren. Maar geloof ons vrij: deze jonge gast zal van veel concurrenten nog een hapklare Salade Niçoise maken. Als PL Loubet de opvolger van Sébastien Ogier niet wordt, of Laurent Pellier, of Adrien Fourmaux, dan zeker deze babyface.

Adrian Fernémont werd het ook niet. Nochtans was hij runner-up vorig jaar. Het geeft aan hoe snel men dingen gewend wordt, ook al was wat de kampioen van België dit jaar toonde geen sinecure. Gevochten van het bruisende begin tot het bittere einde. Op de velg de krans om. Hoeveel zotter moest het eigenlijk worden dit jaar?

Grégoire Munster deed maar net beter. Ook dit geeft een vorm van gewenning aan. Of misschien zelfs moeheid want Grégoire Munster won alles wat hij moest winnen in België, en dat treedt snel verzadiging op. Jammer, want daardoor viel die triomf in Frankrijk misschien minder op, terwijl dat net zijn progressie in een notendop samenvatte. Munster komt uit goed hout. Kan moeilijk anders met een eik als vader.

Zoals licht voorspeld. “Kunnen we al onze kader bestellen?”, schreef ik een tien dagen terug. Wel ja. Uiteraard. Met ruim een derde van de stemmen gaat de Award dit jaar naar Sint Syxtus. Nogmaals: kort voor Ieper oversteeg de toen nog gefluisterde naam van Bjorn Syx alle andere namen. Later werd die luidop uitgesproken, nog later uitgeroepen. De gedoodverfde winnaar die deze poll eigenlijk monddood heeft gemaakt. Uiteraard moest het Syx worden. Met die resultaten, met die BMW, met die stijl…

Bovenal blijft de Sandropov Award ook een redelijk West-Vlaamse poll (ook al ging pakweg Jonas Langenakens eens lopen met de titel. In diene goeien ouwen tijde dat 30 stemmen ruimschoots volstond). Stemmen voor eigen gouw, ook al zaten er nog andere West-Vlaamse kleppers tussen.

Ergens lees ik er ook wel een vorm van hoop in. West-Vlaanderen is het Walhalla van de Vlaamse rallysport, jedoch stoten er zo weinig West-Vlaamse gasten door tot het hoogste niveau. We blijven maar tegen muren botsen terwijl ze in het zuiden en het oosten altijd wel iemand in de wachtkamer klaar hebben. Vraag dat maar aan Gilles Pyck of recentelijk nog Benoit Verlinde. We weten deels hoe dat komt (om ze dan toch maar bij naam te noemen: de RACB), maar deels ook niet. Zijn de Hoge Venen of het plateau van de Condroz dan zoveel beter om zich te scholen dan het West-Vlaamse heuvelland? Dat hier geen talent kan gekweekt worden? Dat geloven we niet.

Mogen we eindigen met een Sandropoviaans slot? Zijn er niet teveel rally’s in deze provincie? Rally’s die sponsors nodig hebben? Alsmaar meer sponsors om de overgang van sprints naar rally’s te kunnen dragen? Alsmaar meer sponsors die alle deelnemers moeten aan de start brengen? Deelnemers waarvan de helft misschien beter thuishoort aan ‘den toog’ of bij ons, in het veld? Misschien, mochten er minder rally’s en minder piloten te sponsoren zijn, zou de macht van het geld selectiever zijn en steunen, doneren, structureel faciliteren in wat echt telt? In talent. Kijken we naar hoogdravende interimbureau’s, geldverkwistende industriëlen of de wilde weldoeners. (Laat Philip Cracco een voorbeeld zijn. Hij plaveide het jongste decennium voor jullie de weg met engagement in jeugdig talent). Wees geen rem op de jongste winnaars van deze Award, maar steun hen om die volgende, cruciale stap te nemen. En wie weet komt er ooit (nog) eens een nationale of internationale kampioen uit oeze West-Vloanders.

Een dank aan de Wolf van de Dorpsstraat

Philip Cracco ging zoals hij leefde. Een keurig opgesteld persberichtje een half uur na zijn dood. Een afscheidsspeech waarin hij zich toonde als ambitieus, gedreven zakenman maar nog altijd met zijn voeten in de Dorpsstraat. Facebook werd gisteren een openbaar rouwregister. Het leuke aan rallyfan zijn is dat we amper verwijzingen zagen naar ‘The Sky is the Limit’, maar vooral veel foto’s zagen van Philip bij een rallywagen, Philip bij zijn vrienden, Philip bij PJM, Philip bij een ‘snelle mokke’, Philip ten voeten uit.

Zijn rallyvoorgeschiedenis kende ik niet. Pas toen hij in 2011 met de Peugeot s2000 op pad ging, kregen we zakenman in het vizier. Amper wetende dat hij een flamboyante zakenman was die gewoon ontzettend veel plezier beleefde aan rallysport. In Claudy Desoil 2011 viel hij echt in ons oog, toen hij onrechtstreeks een zegje had in de einduitslag door zowat alle protagonisten op een rondkoers op te houden. In onze onwetendheid scherpten we onze pen voor een snedig, maar achteraf gezien eigenlijk onnodig, stuk. We dachten dat we te maken hadden met een zoveelste rijke snob die er zomaar kwam tussen rijden. Knokke-Le Zoute in de Borinage. Zoiets. Of je niet beter geld zou pompen in de jeugd? Iets wat je kort later gewoon deed.

Niet wetende dat Cracco uiteindelijk bijna een decennium onze rallysport kleur zou geven. Samen met onder meer Wim Soenens en NCRS volgde een hoogconjunctuur die de sport heeft gebracht waar ze nu staat. Onder meer Jonas Langenakens en Mathias Viaene kregen een mooie kans, maar er waren nog een pak namen die op de golf mochten mee surfen, zelfs een Martijn Wydaeghe. Het kon niet op. Jacuzzi’s op de Ieperse markt, grootse tenten, ‘pitspoezen’ (meegenomen na een mooie circuitcarrière), … Je kreeg net geen champagne in de muil gespoten wanneer je in de buurt passeerde.

Kort na die hoogdagen kwam dat nieuws. Opstaan, vallen, opstaan, vallen,… Zelfs die sport waar Cracco zo van hield, verraadde hem. Dopingschorsing godbetert. Maar hij liet het niet aan zijn hart komen en bleef gewoon doen wat hij zo graag deed. Met Jobfixers drukte hij een laatste keer stevig zijn stempel op de sport die hem net niet had uitgespuwd. Hoofdsponsor van het kampioenschap. Philip Cracco had zelfs nog oog voor de toekomst en zoog de jeugd nog een laatste keer mee in zijn zog. Achiel Boxoen werd opgevist. Het merk PJM dook op. De ‘hostesjes’ kwamen terug. De witte jassen uit zijn entourage vulden veel bochten. En met die laatste forse inspanning, schonk hij de rallywereld nog een ander, rijdend cadeau. Pieter-Jan-Michiel werd in Philip zijn laatste dagen afgeleverd aan rallyminnend Vlaanderen/België als een topproduct. De rallyrijder die hij zelf nooit kon zijn. Snel, spectaculair, … iemand die zich niet te beroerd voelt om een man aan de kant van de weg te vragen: “Zeg? Waar verlies ik het? Hoe doen Princen en Verschueren dat?”. Jou, Philip, heb ik niet echt persoonlijk gekend, maar ik ken enkele mensen uit jouw dichte en allerdichtste omgeving. Allemaal goed en keurig gekozen. Goed en keurig onderwezen, wellicht met jouw levenslessen!

Na die sneer in 2011, waar ik nog altijd een beetje mee geambeteerd zit (we wisten van niet beter), heb ik dat maar hééél met mondjesmaat rechtgezet. Daarom, postuum, merci voor de inbreng en om de rallysport kleur (te durven) geven.

Toute est pardonnée.

Dé prestaties van 2019

Jullie hebben er een tijdje moeten op wachten maar Sandropov heeft zijn selectie voor de Award eindelijk klaar.

Het werd een schitterend jaar maar weerom eentje zonder Belgische wereldtitel. Thierry Neuville kende een degelijk seizoen maar de Hyundai toonde zich iets te laat in topvorm. Aan Ott Tänak was er toch niets te doen. In het ERC bleef het ook spannend tot de laatste rally, zelfs tot de laatste minuut. Chris Ingram kroonde er zich, zonder één overwinning. In het BRC kreeg het kampioenschap een zinderend slot met een schitterende kampioen.

De selectie is iets korter dan andere jaren en gaat ‘back to the roots’ met enkele jonge honden die zich vaak meerdere keren lieten opmerken.

Munster in Rallye Hivernal du Dévoluy

DSC_0677Eén van de redenen waarom onze selectie zo lang uitbleef heeft met Grégoire Munster te maken. Vorig jaar sloten we af op een moment dat de jonge snaak nog aan de haal moest gaan met zijn eerste algemene overwinning. Na een spannend slot hakte hij Matthieu Margaillan vakkundig in de pan. Margaillan, toch voormalig vice-kampioen in het Franse onverhardkampioenschap. We gingen Munster nog nomineren voor die prestatie, maar dit jaar deed hij nog beter.

In een sterker bezet veld liet hij onder meer Yohan Rossel achter zich. De Franse kampioen verloor zijn kansen op winst na een verkeerde bandenkeuze maar dan nog blijft de prestatie van Munster opmerkelijk, vooral door de maturiteit die hij daar aan de dag legde. Hij leidde van start tot finish en reed vier van de tien snelste tijden in ontzettend moeilijke omstandigheden.

Er zijn voor- en tegenstanders van de oudste van de broers. Munster kreeg inderdaad bijna ieder weekend de kans om ritme en ervaring op te doen, maar dat dwong hij de voorbije jaren in grote mate zelf af. Onder meer door zijn prestaties in de Duitse Adam Cup wat hem een mooi zitje opleverde bij Opel die hem het ERC instuurde, met gemengde resultaten. Hoe men het ook wil draaien of keren: Grégoire Munster is op dit moment de grootste Belgische hoop om hogerop te geraken. Ja, hij heeft zijn entourage mee, maar de tijden moeten nog altijd gereden worden, en dat doet hij. En Dévoluy was het ultieme bewijs van zijn sterke progressie doorheen 2019.

Nicolas Ciamin in Le Touquet

DSC_7925Geen Belg en geen Belgische rally, maar Le Touquet is veruit de meeste Belgische rally op de Franse rallykalender. En wat we daar zagen moet gewoon in elk eindejaarslijstje. Als we dan toch netjes binnen ons reglement moeten blijven, dan nomineren we hem toch gewoon voor zijn winst in Hannuit.

We zagen aan de Opaalkust de geboorte van een nieuwe Franse halfgod. Le Touquet is en blijft toch het speelterrein van Nordisten maar het ‘broekie’ uit Nice zetten alle specialisten een neus. Stéphane Lefebvre kwam er niet aan te pas, Quentin Gilbert beet zijn tanden stuk en ook Yoann Bonato moest leidzaam toezien hoe de 21-jarige Ciamin van hem weg reed. Ciamin reed daarna een gemengd programma met al even gemengde resultaten, maar in Duitsland stond hij wel aan de leiding van WRC2 (alvorens van de baan te schuiven). Hij stond zelfs op amper 4 seconden van Kopecky.

Als je nog een Belgische link zoekt: volgend jaar gaat Ciamin voor een WRC2-campagne (allé, WRC3), met het Belgische DG Sport.

Adrian Fernémont in de Wallonie

DSC_1311Fernémont moet uiteraard ook opgenomen worden in dit lijstje. De Namenaar wierp zich vorig jaar al op tot een outsider voor de titel maar in de Haspengouw kreeg zijn titelrace al een flinke knauw. Fernémont knokte wel terug en mengde zich na de Wallonie terug in de strijd om de grootste krans. Vooral de manier waarop was geweldig. Zonder al te veel te rekenen en te tellen en te denken aan de punten van het kampioenschap gooide hij zich in een ijzig duel met Cédric Cherain. Een vechtjas, dat is de reden waarom we Fernémont (opnieuw) nomineren en pakweg Sébastien Bédoret niet.

Fernémont moest in de tweede seizoenshelft nog eens terugknokken. Eerst liet hij Ieper links liggen en daarna tekende hij een nulscore op in de Omloop van Vlaanderen, een wedstrijd die hij altijd had moeten winnen. Zijn prestatie was er zodoende nog straffer dan in Namen. Met winst in Sankt-Vith en een sterke Condroz mocht hij alsnog met de titel aan de haal, en eigenlijk was dat niet meer dan terecht, want net zoals Verschueren in 2017 heeft hij er altijd en overal voor gevochten.

Jammer dat hij de voorbije jaren ook enkele keren vanuit de schaduw moest terugkeren, want aan Fernémont is toch een ontzettend groot talent en potentiële wereldtopper ‘verloren’ gegaan, daar zijn we van overtuigd.

James Williams in Ieper

DSC_4874Vorig jaar werd hij ook al genomineerd en dit jaar toonde James Williams dat hij die nominatie volledig waard was. Dit jaar deed hij nog beter in Ieper en stond hij van start tot finish aan de leiding in RC4. Timo Van der Marel werd op driekwartminuut gereden, Steven Dolfen op 215 seconden (minuut straftijd afgetrokken). Enkel Gilles Pyck toonde zich op zaterdag een waardige tegenstander.

Het probleem met Williams blijft evenwel hetzelfde als vorig jaar. Hij rijdt iets te weinig om zich echt te laten opmerken en ging in strijd om de Britse (vice-)juniortitel van de baan.  Hoe de toekomst eruit ziet, is onduidelijk, maar voor ons mag hij voor eeuwig en altijd Ieper aandoen, want hoe hij over die bolle holle wegen dendert is ronduit sensationeel.

Bjorn Syx in de Omloop van Vlaanderen

DSC_1583Kunnen we al onze kader bestellen? Overal waar we dit jaar najaar liepen, ging maar één naam over de lippen. Die van Bjorn Syx.

Amper bezig aan zijn tweede seizoen, dus kan er zeker gesproken worden van ‘rookie’ of ‘revelatie’ van het jaar. Of het voldoende zal zijn voor de Award? Dat valt af te wachten.

Echter, veel mooier kon zijn seizoen niet, met onder meer winst in het FIA-gedeelte van de Ypres Historic. Ja, veel soeps was dat niet, zeker na het wegvallen van Stefaan Stouf en Didier Vanwijnsberghe. Maar ook toen ze er nog bij waren zat Syx in hun ritme. De rest van het veld stond zelfs niet op de foto.

De Omloop van Vlaanderen zal wellicht het best in het geheugen liggen dankzij een schitterende strijd met Paul Lietaer, waar de jongeling aan het langste eind trok. Syx toonde zich ook een pak sneller dan onder meer Franky Boulat en die staat ook niet stil, vraag het maar aan Mats van den Brand. Polle zag en ziet in Syx zijn opvolger.

Dat kan, maar misschien toch nog even wachten. Ten eerste omdat er maar één Paul Lietaer is, ten tweede omdat Syx het misschien eerst nog eens moet proberen bij de moderne. De Westhoeker moet nog 25 jaar worden. Met BMW’s rijden kan later nog. Hopelijk proeft hij eens van een R2 zodat we zijn talent en kunde echt naar waarde kunnen schatten.

Beetje zoals onze volgende genomineerde, namelijk…

Jeroen Catelin in de 6 uren van Kortrijk

Catelin moest eigenlijk al een paar keer genomineerd worden voor de Award de voorbije jaren, maar om één of andere reden viel hij er altijd net uit of net naast. Waarom? Ik vraag het me zelf ook af.

DSC_6105Catelin reed een dijk van een seizoen met onder meer een schitterende Ypres Rally. Hij werd er 32ste . Dat lijkt niet impressionant maar als bekijkt wie nog rond hem staat… Daarna volgde nog een podium in het criterium van de Omloop van Vlaanderen achter twee sterke BMW’s, een oerdegelijke Aarova en een ijzersterke Condroz die helaas niet bekroond werd met een eindnotering.

En in Kortrijk eindigde hij 20ste algemeen en liet hij een pak sterke R2-wagens en de latere VAS-kampioen Koen Lauwaert achter zich om als eerste voortrekker te eindigen. En de nummersteker maar vrezen dat startnummer #41 toch wel een beetje heel dicht was. Onterechte vrees.

We mogen dan al een paar jaar te laat zijn met deze nominatie, we hopen dat dat bij deze in één keer is rechtgezet.

Cedriek Merlevede in de 6 uren van Kortrijk

DSC_6312Het debuutjaar van Cedriek Merlevede was er ook eentje om in te kaderen ook al begon 2019 niet al te best. Die teleurstellingen werden in één keer weggeveegd met winst in Ieper waar hij het nationale historicgedeelte won in de Opel Ascona B, ten koste van Dirk Deveux die maar nipt de duimen moest leggen. De tweede helft van het seizoen verliep een pak beter met klassewinsten en podiumplaatsen.

In Kortrijk proefde hij van de BMW M3. Het begon stroef in Moeskroen, maar tegen zondagmiddag was Merlevede opnieuw podiumrijp en zat hij in het spoor van Bert Cornelis. Hij liet zelfs Bjorn Syx achter zich maar die had zich ’s ochtends wat bezig gehouden met het winterklaar zetten van een strookje beukenhaag.

Qua binnenkomer mag zijn seizoen wel gezien worden. Misschien komt een nominatie een beetje vroeg, want in 2020 volgt het jaar van de bevestiging. Was hij toch maar niet zolang blijven hangen bij de autocrossers… Maar goed, wijsheid komt met de jaren!

Nog een kleine voetnoot: Drie nominaties uit de rally van Kortrijk ging wat van het goede teveel zijn, maar ook Maxim Derrevaux stond op de shortlist! Beetje meer rijden, en dan volgt volgend jaar misschien alsnog een nominatie.

Excuus dat jullie zo lang hebben moeten wachten, maar na een seizoen met tal van nieuwe namen, sterke prestaties, spanning en sensatie, was het niet evident een lijstje te puren uit alle namen. We vergeten er zeker nog: Steve Bécaert, Kurt Boone, Gilles Pyck of zelfs Glenn Snaet, Sébastien Bédoret, de RACB-finale voor Benoit Verlinde, een rist co-piloten, enkele Walen (die door een gebrek aan bezochte ASAF-wedstrijden uit het vizier zijn geraakt), of zelfs een team à la Pevatec dat op alle fronten aan het groeien is.

Het is nu aan jullie. De Sandropov Award is en blijft de enige wedstrijd waar jullie het voor het zeggen hebben, niet de specialisten of journalisten, niet de piloten of co-piloten, maar jullie. Diegenen die het jaar rond in het veld staan en alle genomineerden zagen passeren en dus het best in staat zijn om een oordeel te vellen, want… het is niet omdat de beste stuurlui aan wal staan, dat we niets te zeggen hebben! De stembussen zijn geopend!

 

 

Breen heeft zijn Ieperse zege beet

Het werd een heet weekend in Ieper. Niet alleen de loden zon zorgde voor slachtoffers, zowel bij de deelnemers als bij de toeschouwers, ook het duel tussen Craig Breen en Kevin Abbring die nooit opgaf, zorgde voor vuur.

De glazen bol deed redelijk zijn werk. De top vier zit op zijn plaats. Daarna werd het wazig en zijn er vooral meer verliezers dan winnaars. Misschien het rijtje even afgaan.

#12: een voortrekker

Manu Guigou raakte niet heel ver. Op Kemmel ging de protégé van Renault hard van de baan al heeft hij wel een mooi verhaal te delen als hij François Duval nog eens tegenkomt. Guigou stond 22ste voor zijn opgave en zat tussen de Porsches en enkele R5-wagens. Om maar te zeggen: die top twaalf zat er wel degelijk in. Ontzettend jammer dat het maar zo lang duurde maar als er nog een vervolg komt in Ieper is Guigou zeker iemand om naar uit te kijken.

James Williams eindigde uiteindelijk zestiende, dus niet zo heel ver van die top twaalf. De Brit bevestigde al het goede van vorig jaar en hield uiteindelijk vrij gemakkelijk Timo van der Marel af, wat toch wel straf is. Vraag maar aan Grégoire Munster hoe taai de Nederlander is. Williams zorgde misschien wel voor dé passages van het weekend. Het wordt nu toch wel heel hoog tijd dat iemand zijn talent erkent en de jonge Brit dat laatste zetje geeft richting een hoger niveau.

#11: Een Porsche

Boenk erop: meer zelfs. Met Tim Van Parijs en Fredericq Delplace eindigden er zelfs twee Porsches in de top twaalf en dat was al even geleden. Het zegt veel over het deelnemersveld en het slagveld. Hoger konden beide heren niet mikken. Dat ze zo hoog staan heeft zeker te maken met de onderlinge strijd met Chris Van Woensel en Claudie Tanghe. Die strijd zette iedereen op scherp en stuwde hen vooruit in het klassement. Er stonden zelfs vier Porsches in de top vijftien. En zoals lichtjes voorspeld nam Tim Van Parijs het voortouw.

#10: Een Volkswagen

Over Snijers hoeven we niet veel te schrijven, jammergenoeg. De Lange had zeker zijn plaats gehad in de Ypres Rally.

Davy Vanneste kende dan weer zijn moment van glorie door vijfde te worden, zijn beste resultaat ooit in Ieper. De West-Vlaming presteerde ontzettend sterke met enkele tijden in de top zes. Wat zou het toch mooi zijn mocht hij iets meer rijden. Zonder lek te rijden zou hij in het spoor hebben gezeten van Freddy Loix, toch wel straf voor iemand zonder ritme en met een nieuwe wagen. Het geeft ook aan hoe goed die VW is die zich blijkbaar aanpast aan elke rijder.

Davy Vanneste is één van de weinige rijders die we noemden in onze Countdown die echt tevreden mag zijn!

#9: een Brit

Ja, er stond een Brit op negen: Alex Laffey. Tom Cave presteerde iets beter maar had dat vooral te danken aan de opgevers. Het weekend begon slecht met een kleine crash in Nieuwkerke, tijdens de shakedown. Hij herstelde zich wel, al had het nog enkele keren fout kunnen aflopen. We moeten stilaan erkennen dat de Hyundai i20 R5 niet meer mee kan. We begrijpen heel goed dat Thierry Neuville daar niet meer mee aan de start wou komen. Cave probeerde wel, zelfs iets te… Hij mag al blij zijn met een dichtere stek, want het had evengoed anders kunnen aflopen.

Rhys Yates: daarvan hadden we dan weer meer maturiteit verwacht na vorig jaar en een degelijke WRC2-campagne tot dusver. Dat hij zich twee keer liet vangen is een fikse domper en komt de geloofwaardigheid van de Brit niet ten goede, zeker in een rally waar er geen druk was voor hem.

#8: Matt Edwards.

Twee plaatsen er naast, want hij eindigde als eerste Brit zesde. Hij kende wel wat problemen en had misschien nog dichter kunnen zitten. IJzersterk en snel, dat wel. De passages waren indrukwekkend. Hij liet dingen zien die zelfs Craig Breen en Kevin Abbring niet toonden, al vanaf de eerste proef. Benieuwd hoe ver hij geraakt als de nieuwe Fiesta gehomologeerd is. Edwards is favoriet om zichzelf op te volgen als kampioen van Groot-Brittannië. Het is één van die mannen waarbij je hoopt dat de Britten de volgende jaren blijven terugkomen, want hij is zeker een attractie voor het oog.

#7: Kevin Demaerschalk

DSC_4081Kevin eindigde tiende en zoals lichtjes gesuggereerd was dat niet geheel zijn fout want de Citroën had het in de beginfase moeilijk. Dat hij er zelf nog even afging wijten we aan zijn drang vooruit. Het had niet gemoeten, maar het is gebeurd.

De Belg klokte wel drie besttijden en is daarmee de beste Belgische “performer” van het weekend. Het zegt dus wel iets. Vincent Verschueren, Sébastien Bédoret en Freddy Loix mogen zeggen wat ze willen, de beste niet-VW was Demaerschalk!

#6: Ole Christian Veiby

De Noor was zeker de ontgoocheling van het weekend en bewijst datgene we zeiden bij Cave: die Hyundai heeft het moeilijk gekregen tegenover Skoda en VW. Aan zijn moeilijk weekend kwam abrupt een einde toen de Hyundai vuur vatte. Heel jammer voor de wagen maar Veiby werd wel verlost uit zijn lijden. De Noor had één van de attracties moeten worden van deze Ypres Rally, gezien zijn status en prestaties met de (vurige) VW in WRC2, maar daar was bitter weinig van te zien afgelopen dagen.

#5: Sébastien Bédoret

De pupil van Freddy Loix was op weg naar een vierde stek maar op Dikkebus twee ging het grondig fout. Hij ging iets te breed in een snelle rechtse met wat blinkende zwarte vlekken, raakte een boord en schoot zo de lucht in om na een rol of zes te landen. Ontzettend jammer, want je zag dat Bédoret een stapje heeft gezet. Dat was al te zien op de shakedown.

Hopelijk vergeet hij dit “accident de parcours” snel en kan hij vol vertrouwen richting Duitsland en de rest van het seizoen. Die waterkans op een Belgische titel, die is nu wel weg. Dat kan hem misschien verlossen om straks op zoek te gaan naar een eerste overwinning in het BRC, want die hangt hoe langer hoe meer in de lucht.

#4: Vincent Verschueren

We hadden er recht op kunnen zitten, tot de versnellingsbak nukkig begon te doen na de strafste comeback van het weekend. Zijn foutje in de kwalificatieproef was jammer maar zonder dralen zette Verschueren zich toch in het spoor van Princen tot hij zijn elfde ( (?) hij zat aan tien in Wervik, vertelde hij) lekke band van het seizoen kreeg. Maar zoals de Oost-Vlaming zelf aangeeft, hij is wel terug. In Roeselare kan hij zeker en vast een gooi doen naar zijn eerste seizoenszege.

#3: Freddy Loix

We hebben Loix iets te hoog ingeschat. Het was dan toch voor het plezier, zo blijkt. Tot vrijdagavond dachten we dat Loix komedie speelde. Met de rem op in Wervik, zand in de ogen strooien op de shakedown,… Maar nee, Loix had duidelijk zijn zinnen niet gezet op de zege. Het was er ook echt aan te zien met passages die heel correct waren, maar zelden indrukwekkend. De teller blijft op 11 steken, maar met met elf zeges op 22 deelnames blijft hij voorlopig wel Mr. 50%.

#2: Kris Princen

Zoals we schreven had Princen een klein kansje op een tweede overwinning, maar dan hadden Craig Breen of Kevin Abbring niet mogen deelnemen. De BK-leider volgde gedwee het spoor van de internationale vedettes maar ging net iets te vroeg op de rem staan om de punten veilig te stellen.

Had hij doorgedrukt werd hij wellicht toch tweede, ÉN had hij de volle buit kunnen mee graaien. Nu gaat Kevin Abbring met de 20 punten lopen. Hij schreef zich in extremis nog in voor het BRC. We weten nog niet wat daar de bedoeling van is, maar misschien is het een indicatie dat het verhaal nog een vervolg krijgt straks.

Voor Princen is het wel een stevige stap naar een nieuwe titel. Op zo’n podium staan en zoveel punten inbrengen, dan kan je alleen maar tevreden zijn.

#1: een gevallen engel

Zoals verwacht gaven Breen en Abbring elkaar geen duimbreed toe en dan weet je dat het fout kan gaan en dat het wachten is op de eerste die pech krijgt of een steek laat vallen. Abbring reed lek op een moment dat Breen de gashendel volledig open draaide. Een klein foutje in het begin van de tweede dag wees er de Nederlander op dat het heel moeilijk zou worden om de Ier bij te benen. Toen de achterstand even opliep tot een halve minuut was de koers gereden. Abbring streed wel nog het einde, maar dat kostte hem bijna zijn tweede plaats toen hij nog eens lek reed op de slotproef.

Was Abbring nog de betere van Breen in het Peugeot-tijdperk, dan moet de Nederlander die eretitel terug inleveren. Breen heeft meesterlijk de bovenhand gehaald.

Voor de Ier is er opnieuw een hiaat gevuld. Hij lijkt het verhaal bij Citroën achter zich te laten. “Dit jaar kon ik al heel wat rally’s met een rijk verleden winnen. Dat doet toch wel iets”, aldus Breen achteraf. “Rally’s met een geschiedenis liggen me na aan het hart.” Breen slaagt er in waar hij de vorige drie keer niet in lukte, namelijk winnen. Hij is meteen de eerste Ier op het palmares. Voor Paul Nagle is het al zijn tweede overwinning nadat hij ook al eens won met Kris Meeke. Breen zat ondertussen al terug in een wagen, met name een rallycrosswagen. Paul Nagle, die hangt wellicht met slaperige ogen nog ergens rond, tussen de Vismarkt en de Menenpoort.

Wie hebben we over het hoofd gezien?

Bitter weinig namen eigenlijk. Delplace ja, maar ook Alex Laffey die knap negende werd. Verdiend, want de Brit ging naar het einde toe steeds harder rijden en lijkt zo zijn pijnlijke tuimelperte van twee jaar geleden volledig vergeten. Laffey is er na drie jaar Brits kampioenschap in Ieper toch nog in geslaagd om enkele Belgische rallyharten te winnen.

Laffey ging duidelijk nog op zoek naar Joachim Wagemans, die andere naam die we niet hadden genoemd in de Countdown. Dat we hem niet genoemd hebben is niet geheel onterecht. Op vrijdag klokte hij geen enkele tijd in de top twaalf, waar onze countdown stopte. Op zaterdag lukte dat wel en naar het einde toe dook hij ook geregeld op in de top tien, vooral door het wegvallen van een pak snellere rijders en wagens voor hem.

Wagemans maakte weinig indruk, ook al was hij wel onderweg met de oudste R5 van het pak. We durven stellen dat hij met een Skoda misschien één plaatsje beter had gedaan. De ervaring van de jongste jaren vertaalde zich niet op de Ieperse wegen. Maar, hij bleef wél op de baan, maakte wél nog progressie en beelden zullen hem tonen dat er nog ruimte is voor verbetering. Hij kan en mag zeker vertrouwen putten voor de Omloop waar hij straks mogelijks de basis kan leggen voor een TER-titel. Niet dat dat veel betekent, maar het zou toch een bekroning zijn voor zijn geloof in de TER-competitie waar hij de voorbije jaren ietwat in stilte ervaring ging opdoen (en met resultaat trouwens). Hopelijk lukt het hem die titel te pakken, en als het lukt dan moet hij een hoofdstuk afsluiten. Zich terug onder de mensen mengen, de strijd aangaan in een harde competitie, blijven bijleren en ook daar oogsten. Het wordt dat, of het wordt niets.

Voila, dit was 55ste Ypres Rally. Geen topveld, geen wereldse einduitslag (Tiende worden op tien minuten lijkt vooroorlogs), maar het is wel eentje die de geschiedenis ingaat met een Ier op één en een volledig VW-podium. De laatste keer dat één merk het volledige podium bezette was in 2008, met Peugeot. Om maar te zeggen: historisch was het weekend wel. En als u deze editie binnen tien jaar niet meer herinnert omwille van de uitslag dan zal u editie 2019 zeker immer bijblijven door die brandende, loden zon.

 

 

Ypres Countdown 2019: #1 een gevallen vedette

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We zijn in duo’s begonnen om dan enkele individuen te belichten, maar late inschrijvers noopten ons eens te meer tot dwangmaatregelen. Echter, de Countdown blijft de Countdown en we begeven ons stilaan in de laatste rechte lijn.

Ziehier dus: plaats 1: een ouwe broederstrijd

Kevin Abbring maakte deze Countdown een pak moeilijker door pas laat in te schrijven, terwijl de Countdown al was begonnen. Uiteraard behoort Abbring tot de topfavorieten. Als je twee jaar geleden nog kan winnen in een Peugeot 208, dan moet hij dit jaar zeker in staat zijn om dat kabinetstukje nog eens te herhalen.

DSC_6792Abbring moet in staat zijn alle Belgen naar huis te rijden, maar met ene Craig Breen zou hij het toch een pak lastiger moet hebben.  De gevallen Ierse engel is gekomen om een gat in zijn palmares te vullen na drie verwoede pogingen in het verleden. Hij is tevens op zoek naar eerherstel nadat hij eind vorig jaar via een achterpoortje verdween bij Citroën.

Het is opvallend hoeveel gelijkenissen deze eeuwige beloften (want zo moeten we ze stilaan noemen) vertonen. Toen Abbring eind 2011 onder de arm werd genomen bij Volkswagen (toen nog met de Skoda s2000) leek zijn broodje gebakken, maar het engagement bleek zich te beperken tot enkele one-shots en eind 2012 mocht hij terug verkassen. Datzelfde jaar won Craig Breen SWRC, tegen onder meer Hayden Paddon.

Het leidde hen beiden naar Peugeot. Breen kreeg de kans om een Europese titel binnen te halen als officieel piloot, terwijl Abbring zich naar een fabriekszitje reed in Frankrijk, waar hij de Peugeot Cup naar zijn hand zetten, ten nadele van onder meer Stéphane Lefebvre. In 2014 kwamen ze in één team en mochten ze met de 208 R5 onderling strijden om de Europese titel, maar zo ver kwam het nooit. De Peugeot zag amper de finish. Abbring wist zich echter duidelijker te profileren tijdens de weinige momenten dat de Peugeot reed. Hij kwam zo terug het WRC binnen, bij Hyundai. Breen moest het nog even uitzweten in die Peugeot waarmee hij wonder boven wonder nog een vice-titel mee behaalde. Toch viel ook hij in het oog bij een WRC-constructeur, dat andere merk binnen de PSA-groep, en kwam langs de grote deur terug binnen bij Citroën.

DSC_8141Abbring toonde zich bij Hyundai van zijn wisselvalligste kant en werd al snel verwezen naar de R5-versie. Hij won wel nog zijn laatste wedstrijd, de Rallye du Var, maar kort later verdween hij ook daar van de “pay-roll”. Breen zong het een pak langer uit bij Citroën en was die nieuwe versie wat makkelijker te temmen geweest, dan had hij wellicht nog een officieel stuur vast in het WRC. Citroën zette zijn geld op Sébastien Ogier en Esapekka Lappi en schoof Breen zomaar aan de kant.

De generatiegenoten, de Ier 29 jaar, die van boven de Nederlandse Lichtstad net 30, zijn dus terug naar af. Abbring zoekt zijn heil in het rallycrosscircuit. Breen wedt op twee paarden door een gemengd programma in Ierland en Italië te betwisten.

Beide heren zijn dus op zoek naar hun portie geluk in de naïeve hoop dat de munt ooit nog eens aan de goede kant valt. Op die leeftijd is een terugkeer naar het hoogste niveau niet onmogelijk, vraag het Kris Meeke maar. Wie de Ypres Rally wint, heeft alvast een half streepje voor. “Zou Breen eens binnenwandelen bij Hyundai straks, nu Mikkelsen op de wip ligt?”, schreven we tijdens het opmaken van dit bericht, maandag jongstleden. Inmiddels weten we dat Breen een kans krijgt Hyundai in de Rally van Finland.

Het wordt een broederstrijd, van twee voormalige Peugeotmannen. Kaïn tegen Abel, voor een schoner blazoen en een half toekomstperspectief. Of kijken we teveel naar deze twee en mengt er zich alsnog een Belgische hond in het kegelspel?

Wie weet weten we binnen een paar uur al iets meer. En nu hop, douchen, scheren, pistoletje maken, koelzak vullen en dan richting Nieuwkerke. Hou het veilig, en proper!

Ypres Countdown 2019: #2 Kris Princen

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We zijn in duo’s begonnen om dan enkele individuen te belichten, maar late inschrijvers noopten ons eens te meer tot dwangmaatregelen. Echter, de Countdown blijft de Countdown en we begeven ons stilaan in de laatste rechte lijn.

Ziehier dus: plaats 2: Kris Princen

Ieper en Princen, dat is altijd een woelig duo gebleken. Er zijn een pak laagtes, maar toch ook enkele hoogtes met als absolute uitschieter de editie van 2005 die hij naar zijn hand wist te zetten. Het was wel een weinig roemrijke editie, maar toch. Die overwinning staat er toch maar mooi op en zorgt niet voor een belangrijk hiaat op de lange erelijst van Kris Princen. Het is bijna niet te geloven dat een piloot van zijn kaliber maar één keer deze wedstrijd wist te winnen.

DSC_3789Het zou dus mooi zijn moest het Princen nog eens lukken en we denken dat hij er dit jaar wel eens heel dicht zou kunnen bij zitten. De laatste vijf BK-rally’s waar Princen over de finish reed, won hij, dus we kunnen wel stellen dat hij stilaan onoverwinnelijk is geworden in België. Bovendien wint Princen dit jaar in de Polo met behoorlijk wat overmacht. Hij heeft die VW in geen tijd helemaal naar zijn hand gezet en zou moeten in staat zijn om mee te dingen voor winst. Misschien zijn we een beetje voorbarig, maar als Princen dit jaar niet wint, dan zou het in de toekomst misschien wel eens heel moeilijk kunnen worden om de teller aan te dikken nu de nieuwe Skoda en Fiesta hun zijn opwachting maken. Princen is met de VW toch licht in het voordeel tegenover pakweg Verschueren en Bédoret.

De Limburger heeft echter één nadeel. Er staan nog VW’s aan de start, met piloten die ook niet stilstaan. Moge het voor Princen niet eindigen in een scenario als dat van Verschueren vorig jaar, die een eerste overwinning door zijn neus geboord zag door de deelname van een Belgische WK-vedette. Het kan voor Princen, maar makkelijk wordt het niet. En anders is het dan maar eerste Belg, dat is ook al iets om mee thuis te komen.

Hoe weinig roemrijk die winst in 2005 was, zo schoon kan die nu zijn! Het zou de Limburger gegund zijn in zijn jacht op een nieuwe titel.

Ypres Countdown 2019: #3 Freddy Loix

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We zijn in duo’s begonnen om dan enkele individuen te belichten, maar late inschrijvers noopten ons eens te meer tot dwangmaatregelen. Echter, de Countdown blijft de Countdown en we begeven ons stilaan in de laatste rechte lijn.

Ziehier dus: plaats drie: Freddy Loix.

Het leek heel even menens: dat rallypensioen van Freddy Loix. Maar na dik twee jaar is de helm weer verlost van zijn haak en wordt de handschoen terug opgenomen.

DSC_0551Loix is goed voor elf overwinningen in de Kattestad. Ongelooflijk dat er nog geen straat of plein naar hem genoemd is na zijn prestaties. Loix won zowat de helft van de keren die hij deelnam in Ieper. In  1996 opende hij de teller om meteen een reeks neer te zetten van vier overwinningen. De teller bleef dan even hangen, maar in 2008 volgde dan een vijfde overwinning gevolgd door zes en zeven. Net geen dubbel kwartetje; tot Juho Hänninen de reeks even kwam doorbreken. Daarna volgde een tweede reeks met vier opeenvolgende overwinningen, tot hij besloot de wagen op kant te zetten. Op pensioen,… of toch nooit meer voor de knikkers… Tijdelijk, zo blijkt nu.

Mr. Ypres komt aan de start met Pieter Tsjoen in een gloednieuw team. Loix zelf meent dat hij enkel voor het plezier rijdt, maar wie dat gelooft, dwaalt. De Limburger zal nooit aan de start komen om vrede te nemen met een ereplaats. Of een nieuwe overwinning erin zit, daar twijfelen we nog over, want het niveau in België is de jongste jaren gestegen en er komen toch enkele jonge kerels van buiten de landsgrenzen met een pak ervaring.

Veel hangt af van de openingsfase. De laatste jaren had Loix het ook steeds moeilijker om van bij de start in het goede ritme te zitten. Als hij echter van meet af aan in het spoor blijft en de schade beperkt, dan is er op zaterdag nog veel mogelijk. Misschien kan hij dan een beproefd recept toepassen: één tot twee keer flink uithalen en de rest van de tijd het pak monsteren.

In Wervik eindigde hij “pas” derde, maar daar mogen we ons niet op verkijken. Hij eindigde op amper zes seconden van de overwinning en in de laatste lus zette hij twee keer een snelste tijd neer. De speeltijd was dan net voorbij. Loix opende speels en wild, zelfs bruut, maar hoe langer de dag vorderde, hoe netter en strakker alles weer werd. De concurrentie is gewaarschuwd. Ze zetten de “ouwe” op vrijdag best zo snel mogelijk zo ver mogelijk op achterstand of het zou wel eens kunnen dat nummer twaalf in de ijle lucht komt hangen. Misschien het begin van een nieuwe reeks?

Ypres Countdown 2019: #4 Vincent Verschueren

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We zijn in duo’s begonnen om dan enkele individuen te belichten, maar late inschrijvers noopten ons eens te meer tot dwangmaatregelen. Echter, de Countdown blijft de Countdown en we begeven ons stilaan in de laatste rechte lijn.

Ziehier dus: plaats 4: Vincent Verschueren

We komen stilaan in de buurt van het podium. Vandaag brengen we al de meest onfortuinlijke plaats, namelijk de vierde, en die lijkt ons weggelegd voor Vincent Verschueren.

DSC_3878Dat kan wat vreemd lijken voor iemand die de jongste vier jaar drie keer op het podium stond en er eigenlijk vier keer op had moeten staan. Maar het ene jaar is het andere en dat zal hij ook wel beamen.

Het voorjaar bracht niet wat we ervan verwacht hadden. Ook Verschueren had wellicht gehoopt op beter en meer, maar sinds hij in die nieuwe Skoda stapte lijkt het allemaal veel moeilijker geworden. In Haspengouw ging het nog, maar daar reed hij meerdere keren lek. Het leek een voorbode van nog meer lekke banden en leeglopers in de daaropvolgende rally’s. Tielt was heel matig, Wallonie was redelijk maar het resultaat volgde niet, maar in Bocholt ging het plots weer beter en ook in Wervik ging het meer dan goed, tot dat ene kleine, fatale foutje die hem de zegekrans kostte. Maar de snelheid was terug en het oogde ook weer als vanouds.

Maar om nu te zeggen dat de grote ommekeer gekomen is, daar zijn we nog niet van overtuigd. Dat hij op regelmaat Sébastien Bédoret kan aftroeven, dat lijkt ons een meer dan realistische stelling, maar om de allersnelsten te volgen, daar geloven we minder in. Een schande is dat niet. Verschueren moet pogen eerste niet VW-rijder te worden, en dan zal hij mogen terugkijken op een goede rally.

Wel anders dan de vorige jaren: Verschueren lijkt uitgeteld voor de titel, dus dit keer kan hij zonder telraam aan de start verschijnen en hoeft hij geen klassement te verdedigen. Misschien kan dat de Oost-Vlaming verlossen en aansporen om er vanaf de eerste meter eens stevig in te vliegen. Zijn aanpak zal mogelijk beslissen over een plaatsje op, of net naast, het podium.

Ypres Countdown 2019: #5 Sébastien Bédoret

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We zijn in duo’s beginnen om dan enkele individuen te belichten, maar late inschrijvers noopten ons eens te meer tot dwangmaatregelen. Echter, de Countdown blijft de Countdown en we begeven ons stilaan in de laatste rechte lijn.

Ziehier dus: plaats 5: Sébastien Bédoret

Ook met Bédoret spelen we enigszins op veilig want de jonge pupil van Freddy Loix eindigde vorig jaar ook vijfde, ietwat op een eiland.

DSC_5083Je kan zeggen: “Als hij vorig jaar vijfde eindigde en als je zijn progressiecurve van het voorbije jaar ziet, waarom dan niet dichter?” Laat ons niet vergeten dat zijn prestatie van vorig jaar eigenlijk alle verwachtingen overtroefde. Maar ja, het is waar. Dit jaar zou het eigenlijk beter moeten.

Dat hoeft ons inziens niet te resulteren in een betere eindplaats, zolang hij maar die kloof verder kan dichten. Hij eindigde vorig jaar op dik drie minuten van de eindwinnaar. Als hij daar twee minuten vanaf kan doen zit hij in het spoor van Vincent Verschueren en Kris Princen. Als hij dat effectief doet dan is het missie volbracht voor Bédoret en Skoda.

Echter: heel binnenkort zou hij toch echt moeten eens meedoen voor de knikkers na vier opeenvolgende podia in het BRC. De kloof dichten lukte, het spoor volgen van de snelsten is ook gelukt, maar als Bédoret de man is die ze bij Skoda beweren die hij is, dan moet hij heel binnenkort gaan oogsten. Dat hoeft zeker nog niet in Ieper, al zou hij daar toch nu en dan eens een snelste tijd moeten zien weg te kapen. Volgen is stilaan niet meer genoeg. Verschueren en Princen kwellen, dat zou voortaan moeten lukken. Is het niet in Ieper, dan straks maar, later op het jaar, met nog een Deutschland in de benen. Het is vooral ook uitkijken naar de strijd binnen de strijd met Freddy Loix. De leerling komt voor het eerst, en misschien wel voor het laatst, de meester tegen. Het zou een statement van formaat zijn mocht Bédoret de recordman in Ieper overtroeven, maar nogmaals, dat hoeft niet. Nog niet.

Wacht: het is toch een klein beetje van moeten, want wil hij zich nog mengen in de strijd om de titel dan moet hij zo snel mogelijk eens voor Kris Princen eindigen. Het wordt dus voor Bédoret een (drie)dubbele strijd. Hij moet kiezen: die laatste stap voorwaarts proberen te zetten, de strijd met Loix aangaan, of toch maar punten sprokkelen voor het BRC. Eens zien hoe volwassen de jonge Waall zijn pionnen op het schaakbord weet te zetten komend weekend.

Ypres Countdown 2019: #6 Ole Christian Veiby

De uitslag voorspellen van de Ypres Rally: dat is een beetje gokken op hoelang we nog moeten kijken op de kapsels van Boris Johnson of Donald Trump of zeggen wanneer we een nieuwe federale regering hebben. De Britten houden ook na enkele jaren betere herinneringen over aan de Slag van Passendale dan aan hun uitheemse rallymanche, terwijl de Belgen vorig jaar lijdzaam moesten toekijken hoe Thierry Neuville de overwinning logischerwijze wegkaapte. Goed nieuws voor hen: want commerciële belangen leiden Neuville naar een nevenmanche die nooit recht had mogen hebben te bestaan. Maar soit, Ypres blijft Ieper, en vice versa, en dus wordt de glazen bol pas helder eens het einde van Watou 2 in zicht is, maar toch proberen we door de waas van een jaartje stof op onze bol heen te kijken.

We beginnen in duo’s, om het aantal uitvallers te compenseren, om dan te eindigen met een rasoude, rasechte, verrassende (???) top zeven, omdat het nummer zeven nu eenmaal heiliger is dan de frieten van het Kattekwaad of de Sasjes in ’t Katspel. Alhoewel, een late inschrijver zorgt voor roet in de planning… Dan maar dat laatste duo tot op het laatste houden.

Ziehier dus: plaats 7: Ole Christian Veiby

De deelname van Ole Christian Veiby mag toch wel een verrassing genoemd worden, vooral omdat hij niet aantreed met een Skoda Fabia zoals vorig jaar of een VW Polo waar hij dit jaar mee op weg is. Hij komt aan de start met een Hyundai i20 R5. Blijkbaar reiken de tentakels van Alain Penasse tot in Noorwegen en Veiby’s gekende manager.

DSC_1028Geheel vreemd is het ergens niet, want de pas 23-jarige snaak heeft hier nog een rekening open staan. Vorig jaar nestelde hij zich al vroeg in de top vijf maar de Noor liet de ervaring niet spreken en poogde al te lang om de snelsten te volgen en dat betaalde hij uiteindelijk cash. Op zaterdag pakte hij het anders aan, maar de tijden volgden dan weer niet. Veiby moet dit jaar opteren voor een gulden middenweg om ver te geraken in de eindstand. En we denken eerlijk dat hij daartoe wel in staat is.

Vorig jaar waren we nog niet geheel overtuigd van zijn talent maar dit jaar heeft hij toch een stapje voorwaarts gezet. Na Ieper kende hij een stevige dip en Skoda bedankte hem voor bewezen diensten na een misplaatste tweet. Meer was er blijkbaar niet nodig om afscheid te nemen van gedoodverfde opvolger van Andreas Mikkelsen… Of dat een compliment is laat ik in het midden.

Maar dit jaar maakte hij de overstap naar de VW Polo waar hij prompt een podium scoorde in Monte-Carlo en aan de haal ging met winst in een heel sterk bezette rally van Zweden (WRC2 Pro incl.). In Portugal vatte de VW Polo vuur toen hij opnieuw op kop stond. Sardinië was dan wel weer wat minder, maar de Noor weet intussen wat winnen en lijkt het kopje er iets meer bij te houden. Hij staat voorlopig derde in WRC2 en kan straks mogelijk aanspraak maken op een titel, mits hij zijn voorjaar straks verderzet op hetzelfde elan.

Vorig jaar hadden we hem iets te hoog ingeschat in Ieper, dit jaar lijkt een zesde stek meer dan realistisch.