Geen derde goede keer voor Cuoq

Tags

, , , , , , , , , , , ,

Actua

Het Franse kampioenschap noopt ons dit jaar er toe om te spreken in de overtreffende trap. Als het verschil tussen winnen en verliezen een tiende van een seconde is, dan kan je onmogelijk rondom grootspraak heen. Jean-Marie Cuoq maakt van het jaar 2012 een wel heel erg kleurrijk jaar. Winst is echter zijn deel nog niet.

Cuoq verdient nog een zege dit jaar.

In Le Touquet kregen we al een hevige strijd die pas op het einde werd uitgevochten en ook in Lyon – Charbonnières werden de bloemen pas aan de meet uitgedeeld. Manche drie in Frankrijk, in vleesstreek Limoges, was niet anders.

Na Lyon – Charbo leek Stéphane Sarrazin zich op te werpen tot dé favoriet in Limoges. De Peugeotrijder klokte er fantastische tijden maar verspeelde vroeg in de wedstrijd zijn winstkansen op de overwinning. Gelukkig, Sarrazins fout maakte er een open strijd van, maar de snelste van allen was hij. Het was echter Jean-Marie Cuoq die na twee tweede plaatsen, twee onfortuinlijke tweede plaatsen, fel van leer trok in de openingsfase van de 46ste Rallye Région Limousin Lac de Vassivière. Sarrazin volgde in het spoor. Dany Snobeck en Eric Brunson, de twee kemphanen die Cuoq al elk een keertje verschalkten eerder dit seizoen, lieten een gaatje maar leken elkaar wel warm te houden. Leken, want Brunson moest al snel opgeven. De blitzstart dit seizoen lijkt al veraf. Ook Snobeck zag het einde van dag 1 niet meer. De veteraan van vele oorlogen schoof naast de weg. Het is ‘crashen’ of winnen dit jaar voor Snobeck.

De snelste man in Lyon, won in Limoges

Inmiddels was ook Cuoq achteruit geslagen. De 44-jarige Fordrijder reed lek op proef 3 en verloor ongeveer een minuut. Bryan Bouffier stond plots op P2 en ook Freddy Loix proefde even van het hoofdpodium. Beide Peugeotrijders beleefden weer veel plezier aan elkaar, met een Cédric Robert die nooit veraf was. Cuoq was echter niet zinnens om zich neer te leggen bij die situatie en klokte de ene besttijd na de andere om op het eind van dag 1 opnieuw binnen de 40 seconden te zitten van Sarrazin. Freddy Loix had dan al te horen gekregen dat hij een minuut straftijd aan zijn been had, door het opwarmen van de banden tijdens de verbindingsrit. Een strenge straf voor een noodzakelijk kleinood. Loix viel terug naar plaats acht.

Ook op dag twee toonde Cuoq duidelijk dat hij de snelste was. Hij dichtte de kloof met Sarrazin in drie ritten en stond bij het ingaan van de laatste lus op amper 2 seconden. Een wakkergeschoten Sarrazin (en een Sarrazin op goede banden) klokte nog een besttijd, de man uit de Ardeche deed beter met twee scratches maar die volstonden niet om over Sarrazin te wippen. Het verschil: 1 tiende van een seconde. Pech blijft Cuoq achtervolgen, maar hij kan zich optrekken aan de tussenstand van het Franse kampioenschap waarin hij ruim aan de leiding gaat, vóór Freddy Loix die nog terugbikkelde tot de zesde stek, en derde in S2000.

Drie manches, drie spannende wedstrijden, drie verschillende winnaars en de mogelijkheid, gezien de prestatie van Cuoq, dat er nog wel een naampje aan dat rijtje zal toegevoegd worden. Je zou voor minder lyrisch worden.

Arzeno ijzersterk

En mocht de spanning zich beperken tot de voorste gelederen dan zou je die overtreffende trap kunnen weglaten, maar ook daarachter was er weerom heel wat moois te zien, vooral bij de DS3′s. Mathieu Arzeno reed een ijzersterke wedstrijd waarin hij van start tot finish (behalve na kp2 toen Stéphane Consani heel even de leiding nam, maar dan het decor in dook) de Citroën-armada achter zich hield. Arzeno plukt de vruchten van zijn IRC-ervaring, dat zie je zo. Arzeno met de Belgische bijrijder Renaud Jamoul zag een puike wedstrijd zelfs bekroond met een fantastische tiende plaats algemeen.

Freewheelen kon Arzeno echter niet want Paul-Antoine Santoni bleef in de buurt en was amper een half minuutje trager dan Arzeno. Zonder een makke start had Santoni zelfs dichter kunnen eindigen en eigenlijk kan hetzelfde gezegd worden van Quentin Gilbert die na zijn late crash in Le Touquet zijn schroefjes in dat pientere koppie lijkt te hebben vastgevezen. Denken dat je het dan gehad met snelle mannen is ronduit fout want ook Jean-Seb Vigion, Andrea Crugnola en Keith Cunin nestelden zich vaak bovenaan te tijdstabellen.

Daarachter, net naast het podium, zorgde Cédric Cherain voor een onverhoopt resultaat met een vierde stek, op een half minuutje van Gilbert. Dat is strak, zondermeer. Ook Kevin Demaerschalk had rond die plaats kunnen eindigen maar de RACB-piloot blijft inconsistent. Demaerschalk eindigde op de dertigste stek, na een nog fraaie remonte.

Wie wel de lijn mooi kan doortrekken is Melissa Debackere, echter in negatieve zin. Debackere kon op bijna geen enkele proef een andere DS3 achter haar houden en eindigde dan ook als laatste DS3, als 35ste, op dik elf minuten van Arzeno. Opnieuw kon Debackere niet echt een stijgende progressiecurve voorleggen. Zien of de Wervikse zich meer in haar sas zal voelen op West-Vlaamse wegen. Ik mis die snelle Melissa in die smijtbare Corolla!

Seminara, een jaar geleden in een Bocholtse gracht, nu knap in de Limousin.

Ook nog opmerkelijk: exact een jaar geleden nog in een gracht in Bocholt, dit jaar op Franse terrein: Lloyd Seminara en Jean-Louis Hottelet. De heren eindigden in hun kleine Twingo RS op de 39ste plaats (ja, dat is inderdaad in de buurt van Debackere) en vijfde in hun klasse (ja, de winnaars zaten dus stevig voor Debackere). Niet kwaad! Ooo, en dan vergeet ik nog bijna de prestatie van Kris Princen die opnieuw snelste Renault was op de wegen rond Limoges.

Tragisch

U zult wel denken: moet er niets geschreven worden over de net vernoemde Sezoensrally? Wel over de sportieve zaak denk ik dat er niet veel moet gezegd worden. Dat is bijzaak gezien het tragische ongeval van het nummer 82 en het menselijke drama. Veel sterkte aan de familie en kennissen van Roel Vrolix en Stef Winters, en aan de organisatie. Soms is het gewoon beter om te zwijgen.

Sordo pompt Snijers moed in

Tags

, ,

Actua

Raak voor Dani Sordo in de IRC-manche in Corsica, en tevens Bull’s eye voor Mini in dat kampioenschap dat de Duitse autobouwer uitspuwde. De Spanjaard haalde op de mythische wegen van het Franse eiland zijn mooiste overwinning van zijn carrière. Ook vorig jaar kon iemand dat zeggen.

De overwinning mag toch wel gezien worden. Ook al is Dani Sordo een WRC-vedette, dan nog is het geen sinecure om met de overwinning aan de haal te gaan. Mikko Hirvonen deed het hem voor, maar pakweg Petter Solberg moest kniezend huiswaarts na zijn IRC-uitstapje. Bovendien wint Sordo met een wagen waarvan men eigenlijk niet goed wist hoe ie zou presteren tegenover de andere s2000′s. De herinnering aan een Snijers die vorig jaar in Ieper het onderste uit de kan moest halen om toch maar op een eerbare plaats te finishen ligt, hoewel bijna een jaar verder, nog fris in het geheugen. Het was moeilijk om die Mini in s2000-configuratie naar waarde te schatten, maar nu weten we: met de Mini kunnen er prijzen gehaald worden.

Campana schreef vorig jaar in Frankrijk historie met de Mini.

De kleine bultenaar (geef toe, naast een DS3 of een Fiesta, is die Mini maar een schabouwelijk ding) heeft er ondanks de vele organisatorische problemen toch al een aardig parcours opzitten. Vooreerst waren er meer dan hoopvolle resultaten in het WRC, en dan was er die overwinning met Pierre Campana in Morzine (Overigens, Pierre Campana reed een dijk van een wedstrijd in Corsica. Bouffier est devenu moins chaud…En de keuze van Peugeot voor Germain Bonnefis lijkt een goeie. Inzetten op de jeugd!), en ook toen de toekomst van de Mini op het spel stond bleef het ding presteren. Patrick Snijers kon er zelfs Pieter Tsjoen mee onder druk zetten in de Haspengouwrally.

Patrick Snijers mag dus moed putten uit de puike prestatie van de snelle, te vroeg vergeten, Spanjaard. Komend weekend staat in België de Sezoensrally op het programma. Als Snijers het de regerende Belgische kampioen in zijn C4 moeilijk wil maken in één Belgische rally, dan is het in en rond Bocholt. Het onverhard ligt Snijers en hij is er thuis. Tsjoen daarentegen heeft het moeilijk op de maaskiezels. Hij houdt er niet van. Bocholt is zijn zwarte beest.En ja, er zitten veel lange rechte stukken in het parcours maar de snelste proef is eruit en op dat onverhard kan er toch heel wat goedgemaakt worden. Overigens, het kan nat liggen… Ook dat speelt in het voordeel van Snijers die dan zelfs op de meer technische verhardstroken de C4 van Tsjoen kan bijbenen.

Imponeren deed Snijers vorig jaar niet in Ieper. Dit jaar beter?

En Snijers kan zich nog meer optrekken aan de prestatie van Sordo, want plots heeft ‘de lange’ gezien hoe het moet. Met die Mini kan je het kruim van het IRC aftroeven. Je kan er die oubollige Tsjech Jan Kopecky mee vernederen, je kan er de toekomstige VW-piloot Andreas Mikkelsen mee kwellen en ie is zelfs opgewassen tegen het huwelijk Basso – Ford. Straffe kost. Als Sordo dat kan, dan moet Snijers beseffen dat ook hij mag hoger mikken dan een plaatsje in de top vijf in de Kattenstad. Of moet Sordo het ook in Ieper eens komen voordoen? En of ie dat zou mogen!

Bovendien komt Pieter Tsjoen, zijn nemesis, er aan de start van een Skoda. Een wagen die hij nog moet leren kennen. Eigenlijk zou je nu best wel kunnen stellen dat de twee zevenvoudige kampioenen met gelijke wapens zullen strijden. Niemand die zich moet verstoppen achter zijn materiaal. Ook dat boezemt de burger moed in!

Wilkin bezorgt Hansen net geen rooie wangen

Tags

, , ,

Actua

Lionel Hansen heeft niet zonder slag of stoot de rally van Leptines op zijn naam geschreven. De Subaru-rijder had in de strijd voor de algemene overwinning meer tegenstand uit de klasse D123, de wagens op straatbanden, dan uit zijn eigenste D4-klasse. Laurent Wilkin haalde de glans van Hansens zege.

Het is al weer een eindje geleden dat Sandropov eens schreef over het Waalse ASAF-kampioenschap. Daarvoor zorgde de annulatie van Hannuit, een dagje weekendwerk tijdens de Rallye des Ardennes en twee exploten in eenzelfde weekend van de tot rede gekomen Markus Meyer (TAC-rally en de ASAF-rallysprint van Marchin). Na een regelmatigheidscriterium, manches voor het Franse en Belgische kampioenschap, een doorregende Franse Terre-manche, een Waalse rallysprint en coupe-rally’tjes in Noord-Frankrijk, was het tijd om voor mijn twaalfde rally van het lopende seizoen nog eens naar een Waalse rally te trekken, ten zuiden van Mons, of Bergen, voor onze Vlaamse lezers.

Zoals eerder gezegd hebben ze in die regio niet klagen. Afgelopen weekend was er dus de rally van Leptines, binnen een maandje gaan er vast weer enkele proefdraaiers voor Ieper naar de regio afzakken voor de Claudy Desoil-rally, iets meer nog naar het zuiden heb je er nog de Salamandre, de Bianchi en de RS Solre-St.-Géry, en in het najaar maakt de Estinnes Auto Club zich weer klaar voor de organisatie van de rallysprint van Estinnes. Er pompt rallybloed in de mensen die langs de N40 tussen Givry en Beaumont wonen. Al kan er misschien wel gesteld worden dat er sprake is van een zekere moeheid. 78 ingeschreven wagens, waarvan 65 effectieve starters (exclusief het handjevol historic-deelnemers): dat is in ASAF-normen heel weinig. En het forfait van Ghislain De Mevius en de keuze van Hubert Deferm om in de Rallysprint van Clavier (want die vond ook plaats vorige zondag) te gaan toeren met een vrouw zonder kiespijn, zijn dan ook kleine aderlatingen.

Laurent Wilkin had het op de algemene overwinning gemunt.

En toch hebben de die-hards, ik reken mezelf even mee, een degelijke rally gezien. Een kinderhand is gauw gevuld zeg maar, en een passage van Laurent Wilkin is het altijd waard om op zondag eens vroeg op te staan en 100 kilometer te rijden.

Laurent Wilkin kent in de D123 zijn gelijke niet, of hij moet Bruno Blaise heten, maar die laatste komt nu eenmaal niet vaak naar Henegouwen. Het kan saai lijken als Wilkin aan de start staat, maar in Leptines werd het opeens heel spannend want Wilkin overklaste niet alleen Laurent Mottet in D123, maar de Peugeot 306-rijder leek ook zijn zinnen te hebben gezet op de algemene overwinning.

De eerste van drie lussen tegen de chrono legde Wilkin, ook al winnaar in D123 in de Rallye des Ardennes, af in 18 minuten en 52 seconden. Eén man deed beter, Lionel Hansen. Niet vreemd, want Hansen is niet traag en die mooie 555-Subaru (is 555 geen sigarettenmerk meer? Want Hansen reed effectief rond met 555 op zijn Sub…) is nog steeds pijlsnel. Bovendien lagen de wegen rond het boerengat Vellereille-les-Brayeux nog nat, wat uiteraard in het voordeel is van de 4×4-Sub van Hansen. Hansen klokte 18 minuten 41 seconden, 11 sneller dan Wilkin in zijn mini-Maxi 306.

Hansen en Prévot moesten de hele dag in de spiegels turen.

In de tweede ronde van vier proeven verbeterde een ontketende Wilkin zijn boucletijd met 25 seconden, tot 18 minuten 27 seconden. Hansen kon deze keer niet volgen. Wilkin kwam terug tot op acht seconden. En in de derde rond gingen er nog eens 10 seconden af, tot 18 minuten 17 seconden. Een voortreffelijke wedstrijd van Wilkin. Enkel, Lionel Hansen was duidelijk wakker in de derde lus en probeerde een blamage (alhoewel) te vermijden. Hansen haalde het uiteindelijk met 12 seconden. Daarachter vochten Vincent Vertommen in D4 en Laurent Mottet, in D123 dus, een spannende strijd uit. Beide heren, beide Mitsu-rijders, klokten zelfs en ex-aequo in de eerste lus, maar Vertommen moest na bijna een uur tegen de klok zijn meerdere erkennen in Mottet.

En oja, misschien doet de naam Leptines wel een belletje rinkelen en gaan er spontaan een paar freaks denken aan dat crash-festival van twee jaar terug in diezelfde rally… Wel, het was weer van da!!!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tsjoen beste remedie tegen vergeten

Tags

,

Actua

Pieter Tsjoen is de remedie tegen de ziekte van Alzheimer. Voor zij die kort van geheugen zijn en die de historiek van seizoen 2010 en 2011 niet meer kennen, helpt de Oost-Vlaming een handje. Vorig jaar schreven we na de Wallonie: 2011 begint verdomd veel op 2010 te gelijken. Wel, 2012 leunt daar dik tegen aan. Tsjoen frist het geheugen op!

Het is de derde keer op rij dat Pieter Tsjoen een perfecte drie op drie scoort. Het is geleden van een van zijn domste uitschuivers ooit in Tielt en van de plotse opflakkering van die snelle garagist uit Cul-des-Sarts, dat het seizoensbegin nog eens tegenviel voor de beste gentlemandriver van zijn generatie.

Tsjoen was oppermachtig in zíjn rally. Met zeven overwinningen in en rond Namen startte hij als topfavoriet, een rol waaruit hij nooit viel. En de overwinning kwam er niet alleen omdat die Citroën C4 zo gigasterk is, of omdat de topsnelheid zo enorm hoog lag (waarbij de Mini van Snijers altijd in het nadeel is), maar ook omdat Tsjoen gewoon een superbe rally reed. Sinds zijn testdag, in de aanloop naar de TAC-rally, heeft Tsjoen dat Franse kampioenenbeest helemaal onder controle. Hij rijdt agressiever dan met de Focus, maar toch volledig gecontroleerd. En die remzone’s… Om het met een term van kook- en interieurprogramma’s te zeggen: af!

Snijers, op bijna twee minuten gereden zondagavond, keek verwonderd aan tegen de achterstand. Zelfs hij had gehoopt de kloof kleiner te houden, zeker mijn zijn lievelingsterrein, de maaskiezels rond Bocholt, in aantocht.

Logica min of meer gerespecteerd dus. Nog amusant om volgen was de strijd om het podium. Het is ontzettend leuk om te zien hoe twee jonge snaken, alhoewel de jongste Viaene toch ook al geen frisse twintiger meer was, al wagentemmend strijden voor het podium. Matthias Viaene verdiende dat podium, maar ook Jonas Langenakens had dat podium verdiend. Het had zelfs goed geweest voor het kampioenschap.

Een van dé prestaties kwam van Cedric De Cecco. Net zoals in Tielt was de gewezen winnaar van de Fiesta Trophy ontzettend snel onderweg. Met uitzicht op een vijfde stek algemeen, alvorens de goden te vervloeken voor die vervloekte lekke band, reed De Cecco zich in de kijker. Die BFO-Award, u weet wel, dat schone kadertje voor het betere diplomatische werk, ging logisch naar de Mitsubishi-rijder.

Voila, met een beredeneerde Tsjoen, een aanvallende Snijers, twee jonge snaken vechtend om een been, een exploot in een Evo X, hebt u nagenoeg alle opmerkelijke prestaties gehad (even de, was het nu de eerste?, historic-zege van Glenn Janssens buiten beschouwing gelaten). Echter, ook de prestaties van Hugo Arellano mochten er zijn. De jongeman wist met iedere passage te verbluffen. De mens stond met zijn Fiesta R2 zo maar eventjes 14de algemeen alvorens weg te vallen. Dat is zonder meer knap gereden. Met een Adrian Fernémont in de buurt (Fernémont ging later ook lopen met winst bij de Fiesta’s) kan je stellen dat er opnieuw talent rijpt in de promotieformules. Ook Victorien Heuninck reed een knappe race in zijn Citroën C2, net zoals Canal-Robles en Stéphan Hermann (criteriumwinnaar in de EBR vorig jaar) in hun kleine Skoda Fabia.

La Lys

Bayard, op zijn gemakje naar winst.

U merkt, er viel eigenlijk best wel veel te vertellen over de rally van Wallonië. Waar er weinig over te vertellen valt, is de Rallye de la Lys. Daar waar Laurent Bayard José Barbara weghield van zijn twaalfde zege, en Claudie Tanghe knap debuteerde met de BMW en zijn zoon, Arthur. Een vierde stek was hun deel. Enige reden waarom ik dit vermeld is omdat ik nog enkele foto’s veil heb voor jullie en een aanleiding nodig heb. Verder ben ik uitverteld, tenzij iemand wil dat ik de prestaties van Thierry Neuville nog eens onder de loeb neem…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bonnefis ontgroeit flets kampioenschap

Tags

, , , ,

actua

Germain Bonnefis heeft op drie verzopen proeven rond Auxerre zijn tegenstanders volledig murw geslagen en zo de basis gelegd voor zijn tweede seizoenszege in het Franse onverhardkampioenschap. Een flets kampioenschap want zonder de Volant 207 en de Citroën Trophy zou Terre de l’Auxerrois maar weinig om het lijf hebben gehad.

In de regen toonde Bonnefis dat hij en hij alleen het onverhardkampioenschap klur geeft.

Rally kon je het bezwaarlijk noemen vorige zaterdag op de onverharde wegen bezuiden Auxerre. Klodders modder waar doorheen moest geploeterd worden met een ijspiste eronder verscholen. Germain Bonnefis vond het best wel plezant. Het jonge talent van Peugeot bleef overeind waar (alle) anderen onderuit gleden. Toegegeven, Bonnefis kon als wegopener enigszins profiteren van betere omstandigheden, maar op twee minuten wordt een parcours niet herschapen en toch werd Paul Chieusse, startnummer 2 en de enige echte belager van Bonnefis, volledig verloren gereden. Toen Chieusse problemen kreeg met de Peugeot 307 had Bonnefis helemaal de weg vrij naar zijn tweede zege in het nog jonge seizoen. Chieusse kon op de slotproef alsnog een besttijd klokken, op een moment dat Bonnefis controleerde, en al onder de douche stond (bij wijze van spreken). De Peugeotrijder lijkt dat kampioenschap nu al ontgroeid, en dat na amper drie rally’s. Het leek simpel maar in zo’n omstandigheden niet bezwijken onder de druk maakt indruk!

Chieusse is momenteel de enige belager van Bonnefis.

Dat u tot noch toe amper twee namen las in het artikel en de volledige samenvatting van de wedstrijd, maakt al duidelijk dat het Franse onverhardkampioenschap in 2012 niet bepaald een grand cru jaar is of zal worden. Een nochtans mooi kampioenschap mist een Jean-Marie Cuoq, een Laurent Carbonaro, een Simon Jean-Joseph,… Zelfs een Dominique Bruyneel en een Bernard Munster. Wanneer ook een Emmanuel Gascou dan nog niet afzakt, of beter optrekt, naar de meest noordelijk gelegen manche van het kampioenschap en een Xevi Pons in allerijl forfait geeft, dan zit je met weinig kandidaten voor de overwinning. Dat de rally op zich dan nog voor heel wat wedstrijdkilometers geannuleerd zag door regen (en rijders die de velden omwoelden door de omstandigheden) maakte dat Auxerre 2012 niet meteen eentje voor in de annalen is. Het is daar overigens nogal wat. De tweede manche was een gesel voor het materiaal, daar in Ouest-Provence…ook niet meteen bevorderlijk voor het spektakel. Het Terre-kampioenschap zit op hobbelig parcours.

Dunand gaf zich op de droge zondagwegen niet gewonnen.

Dat Terre de l’Auxerrois 2012 niet meteen een spannende strijd voor de overwinning heeft opgeleverd hoeft overigens nog niet te betekenen dat het daar een saaie bedoening was. De regen op zaterdag transformeerde de wegen in een ijspiste waardoor Peugeot 206-jes en vooral een handvol Saxo T4′s plots vlotjes hun weg naar boven vonden op de uitslagenlijst. Zoals een Jean-Baptiste Dunand. De mens, en zijn ideale wagen voor in die omstandigheden, deed een aantal WRC-rijders het schaamrood op hun wangen krijgen. Dunand, derde op zaterdagavond, moest amper nog een plekje vrijgeven op het droge(re) zondagparcours tussen de ranken. Het was eens iets anders om een Saxo en 206 plots te zien rijden voor een resem topwagens. Saai dus allerminst, en zelfs niet onterecht!

Bovendien moesten de heren van de Volant 207 en de Citroën Trophy weer aan de bak en dat weet je dat het interessant wordt. Er zijn nog zekerheden in het leven. Bij de Volant 207 won Jérémi Ancian de strijd. Een mooie strijd want de ex-winnaar van de JWRC-rally in Frankrijk, én protégé van Sebastien Ogier, had zijn handen vol aan Stéphane Lefebvre die opnieuw bewees dat hij uit het goede hout gesneden is.

Bij de DS3′s was het nog leuker. Quentin Gilbert was opnieuw de referentie maar een foutje op de eerste dag waarbij de wagen eeuwigdurende seconden niet in versnelling geraakte en het te laat inklokken met een straf van 30 seconden tot gevolg, nekten onze jonge held. Het was Jean-Sebastien Vigion die de volle pot naar huis (waar de volgende rally, Limousin, plaatsvindt) mocht meenemen. Vigion: een naam die we hier nog niet veel hebben genoemd. Ten onrechte.

De strijd kon nog feller geweest zijn met Mathieu Arzeno maar hij werd te ver teruggeslagen op dag 1. Arzeno klokte op dag 2 zelfs een algemene besttijd op de opdrogende wegen in een weergaloze stijl! Bovendien konden wij Belgen ons opwarmen aan Kevin Demaerschalk, Cédric Cherain en Raphaël Auquier, al is opwarmen veel gezegd. De Belgen beleefden een moeilijke rally en moesten erkennen dat de Fransen momenteel onnavolgbaar zijn op dat Franse onverhard. Niets om over beschaamd te zijn, maar wel een ontnuchtering. Er staat nog veel werk voor de boeg. Maar goed, in de bikkelharde formule zullen ze het leren. Vraag het maar (en dan is ons korte (het kan niet de bedoeling zijn het verslag langer te maken dan de rally zelf) verhaaltje mooi rond) aan de winnaar van het weekend: Germain Bonnefis.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vrijdag dertiende is Snobeck gunstig gezind

Tags

, , ,

Actua

Toen vrijdag de dertiende Stéphane Sarrazin uit de strijd om de overwinning bonjourde, lag de weg open naar een spannende rally in Lyon – Charbonnières. De laatste vijf proeven kregen drie verschillende leiders, maar het was Dany Snobeck, veteraan en god van het zweet, die het laken naar zich toe trok. Freddy Loix werd zesde. Mooi zesde, of amper zesde? In ieder geval een indicatie van het prachtige, maar vooral snelle, deelnemersveld in de tweede manche van het Franse kampioenschap.

Sarrazin was de snelste maar het ongeluk loerde om de bocht in SS2.

‘Fingerlicking Good’. Het was bij onze zuiderburen opnieuw om van te smullen. Na een spannende Le Touquet, de openingsmanche in Frankrijk, leek de tweede manche in Lyon – Charbonnières op papier een zegetocht voor Stéphane Sarrazin te gaan worden. Dat bleek later ook uit de tijden, maar het ongeluk loerde op vrijdag de dertiende om de hoek van de eerste bocht in de tweede proef. Sarrazin schoof naast de baan en mocht zijn droom op winst opbergen. De snelste man in koers eindigde alsnog veertiende.

Rubbervreters

Dumas hield de Porsche in het spoor van de WRC's.

Jammer voor de kameleon in de racerij maar zijn opgave maakte er een open strijd van. Eric Brunson, winnaar in Le Touquet en zijn belangrijkste uitdager Jean-Marie Cuoq zetten hun strijd gewoon verder, maar toen Cuoq zijn start miste in de slotfase van dag 1 werd hij op 20 seconden gezet, op enkele tienden van veteraan Dany Snobeck die op de loer lag. Wie ook op vinkenslag lag was Romain Dumas. De Porschist voelde zich uitstekend in zijn vel op de snelle, brede, rubbervretende wegen rond Lyon en bleef constant in het zog van de tenoren.

Freddy Loix gaf op dag 1 de anders s2000's het nakijken.

Ook Freddy Loix reed knap op dag 1. Hij bleef zijn belangrijkste concurrenten in s2000, Cédric Robert en Bryan Bouffier, voor en stond zevende algemeen. Maar het had net zo goed tiende kunnen zijn, of vijfde, want tussen plaatsen 5 en 10 zat amper 5,7 seconden. Het leek wel IRC. Plaats zeven lijkt ver voor Loix maar enkele Fransen deden wat enkele Belgen de week ervoor in Tielt niet konden. Ik denk maar aan een Pascal Trojani die keurig zijn Peugeot 307 voor ‘Fast Freddy’ wist te plaatsen, en dat zo zou houden tot op het einde.

Debackere krijgt de DS3 voorlopig niet onder de knie.

En ook bij de voortrekkers was het weer de moeite. Manu Guigou en Mathieu Arzeno vochten een pittig duel uit, maar ook daarachter was het spannend, met de 306 Maxi van Guy Mottard en de Clio R3′s van François Pelamourges en Eric Mauffrey. Guigou zou uiteindelijk group N en de strijd bij de voorwielaangedreven wagens winnen. Ver daarachter zette Melissa Debackere haar ontdekkingstocht in de Citroën DS3 in stilte verder. De beste tijd van Debackere was 43ste, ook haar plaats toen ze uitviel na proef negen. De Wervikse mag van geluk spreken dat noch de Clio R3 Trophy, noch de Citroën-Trophy, noch de Volant 207, noch de Twingo R2 en R1-Trophy afzakten naar Lyon. Maar nogmaals, ons respect voor de moeilijke weg die Melissa kiest. Doorzetten is de boodschap.

Onafhankelijk

Op dag twee verweerde Brunson zich als een bezetene. Cuoq knabbelde enkele seconden van zijn achterstand weg, Snobeck toerde rond op bijna een halve minuut van Brunson. Tot de Nordist een fout maakte, van de baan ging en de achterkant van de Subaru zich onafhankelijk verklaarde van de rest. En plots stond Cuoq dik twaalf seconden voor op de 66-jarige Snobeck met nog drie proeven te gaan. Ook Romain Dumas speelde nog een rol met een achterstand van 30 seconden op de Focus van Cuoq.

Snobeck zet zijn fout(en) van in Le Touquet recht.

De twaalf seconden voorsprong was echter niet voldoende. Snobeck pakte tien seconden terug en nam Dumas in zijn zog mee, met nog twee proeven te gaan. Een straftijd van 10 seconden zette Cuoq zelfs op achterstand. Cuoq was sneller op de voorlaatste proef, maar op de laatste proef was Snobeck weer sneller zodat hij de rally won met een kleine tien seconden, exact de straftijd van Cuoq. Snobeck was uiteraard tevreden met zijn vierde zege in Lyon, alsook Cuoq die over Brunson springt in de titelrace, alsook Dumas die op het podium eindigde en in de buurt bleef van de toppers, alsook Trojani die meer dan degelijk presteerde, alsook Bryan Bouffier die de strijd in s2000 won, alsook Freddy Loix die ondanks zijn zesde plaats toch een mooie zaak doet in het kampioenschap. En Freddy mocht blij zijn met de fouten van Brunson en Sarrazin anders was stek acht het hoogste haalbare.

Het Franse kampioenschap lijkt momenteel het sterkste kampioenschap van Europa en misschien zelfs van de wereld. 13 WRC’s, 8 s2000′s en 6 rijpe GT’s. Niet verwonderlijk dat het persbericht spreekt van 10 kandidaten op de overwinning. Dat zelfs de Belgische Citroën Trophy Frankrijk aandoet en dat heel wat Belgen een programma in het zuiden verkiezen is tekenend. En ook al is Danny Snobeck een veteraan en zijn zijn uitdagers geen Loebs, traag gaan die mannen toch niet. Dat weet nu ook Freddy Loix die nu al moet hopen op pech van zijn belangrijkste titelconcurrenten.

Volgende week gaan we het nog een keer hebben over Frankrijk, maar daarna spaar ik mijn lovende woorden voor de rally van Wallonië, want ook daar wordt het smullen!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

State of the Union: 2 jaar Sandropov

blog

Lieve lezers, trouwe doorzetters,

Tweede verjaardag van Sandropov en derde winst voor Pieter Tsjoen in Tielt.

Het is vandaag exact twee jaar geleden dat het eerste rallybericht verscheen op Sandropov. Ik begon toen met een verslag van de rally van Tielt, gewonnen door Pieter Tsjoen. U merkt het al, zo veel is er eigenlijk niet veranderd in de rallywereld. Dat kan eigenlijk ook gezegd worden van Sandropov. Vorig jaar beweerde ik dat mijn bestaansrecht verantwoord is en ik ben blij te stellen dat dat nog steeds het geval is.

Er is blijkbaar wel nood aan iets anders. Vorige dinsdag kondigde rallyvriend Karel Leeuwerck (onderschat de term rallyvriend niet, want sommige rallyvrienden zien we meer dan onze echte vrienden!) aan dat hij zijn website www.wrcplace.be zou opdoeken. Een overdaad aan rallysites die steeds hetzelfde persbericht herkauwen, luidde het. Ik begrijp de keuze van Karel volledig. Ik ging ook niet elke dag naar zijn site, misschien zelfs niet elke week. Het aanbod is inderdaad te groot en als je een gezien hebt, heb je ze vaak allemaal gezien. Ik ben des te meer verheugd dat er een schare fans is die elke week trouw mijn kleine blogje komt lezen. En dat zijn er misschien maar enkele tientallen, maar dan is het maar zo.

Ik mag echter niet klagen. Zoals hierboven gezegd: er is vraag naar. Dat bewijzen mijn cijfers die nog steeds, maand op maand, jaar op jaar, stijgen. En daar zijn enkele redenen voor. Enerzijds begint mijn naam te rollen. Het gebeurt vaak dat mensen mij komen vragen of ik Sandropov ben, en dan zeggen ze dat ze mijn blog wel geregeld lezen. Dat is altijd leuk om horen natuurlijk, ook al weet ik nog niet wat ze er van vinden.

Mijn opgekrikte lezerscijfers heb ik ook te danken aan enkele artikels die de interesse van veel mensen heeft opgewekt. Zo was er mijn open brief aan Roland Duchâtelet eind mei 2011. Toen die zich opwierp als een van de voortrekkers om Rock Werchter naar Brustem te halen kon ik niet laten om de mens aan te spreken. Toen het dossier een paar maanden geleden opnieuw op tafel kwam te liggen, ging mijn brief een tweede leven leiden. Voor velen was het waarschijnlijk een eerste kennismaking met mijn blog.

Cracco

Cracco hield in Claudy Desoil (onbewust) enkele rijders op.

Anderzijds bracht ook feitelijk rallynieuws meer lezers op. Toen ik in juni 2011, in volle aanloop naar de rally van Ieper, verslag uitbracht van de rally Claudy Desoil, lokte dat heel veel lezers. Dat heb ik aan twee mensen te danken. Aan Philip Cracco die me voer gaf om te schrijven door op de eerste proef van de rally Hubert Deferm (onbewust/ongewild/…) op te houden op de rondkoers (rondkoers: nog meer voer voor discussie). Toen ik dan ook de tijden van andere rijders begon te vergelijken, kreeg ik een golfje van protest over mij heen. Alsof ik iets tegen de mens Cracco zou hebben. De tweede mens die ik moet danken is Geert Beauprez. De co-rijder van dienst vond dat ik een toontje lager moest zingen en ook heel wat rallyfans keerden zich. ‘Die mens amuseert zich, laat hem toch. Hoe zou je zelf zijn?’, klonkt het. Niet geheel onterecht. Inmiddels zijn alle geschillen bijgelegd en mag ik stellen dat slechte reclame ook reclame is. Dat uit zich in mijn statistieken. Tevens ben ik blij om te zien dat Cracco zijn schouders heeft gestoken onder het project rond Jonas Langenakens. Als je geld hebt mag je dat inderdaad opdoen in een top-Peugeot s2000, maar denk ook eens aan de jonge leeuwen. Iets wat Philippe Cracco begrepen heeft en dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Dat ik in diezelfde post mijn ontgoocheling uitte in Melissa Debackere (nadat ik nochtans tot dan bijzonder lovend was over haar), was voor velen de klap op de vuurpijl. Alsof ik iets zou hebben tegen de garde van NCRS. Ja, ik voelde me gekrenkt. Subjectief is mijn blog sowieso, daarom is het een blog, maar woog ik te veel met twee maten en twee gewichten? Ik weet het niet, maar een ding is zeker: mijn kritiek op Cracco werd vaker gelezen dan mijn bloemlezing over NCRS later op het jaar. Wie is dan de sensatiezoeker?

En toch was de kritiek op Sandropov niet helemaal terecht. Mensen die al langer vertrouwd waren met mijn site schrokken niet van mijn blogpost. Anderen die er voor de eerste keer opkwamen, begrepen niet waarom die jonge nozem opeens van leer trok. Kijk, ik moet mijn stelling van vorig jaar nog eens herhalen: Sandropov is geen nieuwssite. Het is een blog, van een jongen die geen persberichten krijgt en dus vaak ook veel verhalen mist. Het is een blog van een jongen die schrijft over wat hij ziet: op en naast de rally, en een dagje na de rally op de tijdstabellen. Tijden liegen niet. Dit is een website met een mening en meningen lokken god zij dank discussie uit. Als ik zeg dat iemand een zwakke prestatie leverde dan lijkt me dat hetzelfde als zeggen dat de CD&V tsjeven zijn of dat Angela Merkel bezig is met een Derde Wereldoorlog door haar starre houding in de eurocrisis of dat de Rolling Stones beter niet meer op een podium zouden staan. Een mening.

Vermijden

Verslaggeving van VAS-rally's levert me veel lezers maar weinig voldoening op.

Ach, zo gekrenkt was nu ook weer niet hoor, want echt denken aan mijn lezers doe ik eigenlijk ook niet. Omdat ik in het Nederlands schrijf is mijn doelpubliek beperkt. Dus, als ik dat publiek wil aanspreken zou ik meer moeten schrijven over rally in Vlaanderen, over VAS-rally’s. Een recept wat mij zeker lezers zou opleveren… Dat bewijzen de cijfers. In 2010 ging een van mijn best gelezen artikels over de rallysprint van de Monteberg. En dan ging het nog niet over het gegeven dat die sprint op sterven na dood is, maar het was gewoon een sec verslag. ORC, Wervik en andere rally’s in het Vlaemsche land zijn ook publiekstrekkers op mijn blog. Wel, laat dat nu net het geografische blok zijn dat me niet bepaald ligt en zo veel mogelijk probeer te vermijden. Het is niet dat ik iets heb tegen die rally’s, maar ik heb het gevoel als jullie klaarblijkelijk met rallywebsites. Als je een ziet, heb je ze allemaal gezien.

Dat deze post online komt terwijl ik in Lyon vertoef zegt veel. Ik ben een frontalier, een jongen uit de grensstreek. Iemand die liever een picon drinkt op de heuvelrug van Cassel dan een Crystalpint in de Suikerstreek. Iemand die met meer dan een halve blik kijkt op onze zuiderburen. Zuiderburen: voor de Vlaming zijnde Wallonië, voor de Belg zijnde Frankrijk. Wallonië en Frankrijk, niet meteen contreien die mijn zogenaamde doelpubliek aanspreken. Maar het zij zo. Ondanks die geografische ‘verenging’ (ik zou het zelf eerder verruiming noemen) zijn er veel lezers die die aanpak wel weten te appreciëren.

Toen ik vorig jaar de Omloop Van Vlaanderen liet schieten voor de rally van Béthune, en die keuze een fundament gaf, ging een reactie als volgt: ‘Hopelijk gaat je dipje snel over’. Een bezorgde lezer, maar feit is: ik ben in het weekend van de Omloop Van Vlaanderen zelden gelukkiger geweest als vorig jaar, en ik ben zeker dat dat gevoel dit jaar alleen maar zal versterkt worden. Als ieder zit te klagen over maïs en linten, ga ik van op de top van de Joux Plane eens aan dat zogenaamde doelpubliek denken… Maar niet te lang, enkel tot wanneer Loix, Gilbert, Arzeno, Guigou, Ancian, Sarrazin, Princen, Robert en andere helden in aantocht zijn.

Verloochenen

Ik ga echter mijn fans niet verloochenen. Jullie kunnen de komende jaren nog steeds terecht bij Sandropov voor meer van wat jullie al gewoon zijn. Verslaggeving van eigenzinnige rally’s, een dwarse kijk op de gebeurtenissen binnen onze geliefde sport en opiniebijdrages. Ook al is het vaak niet meer dan een samenvatting van een goed gevuld avondje toogpraat. Ik neem me ook voor om weer meer foto’s te posten, iets wat ik de voorbije maanden uit het oog ben verloren. Jullie trouw en fijne duwtjes in de rug overtuigen me er van om verder te doen met Sandropov.

Tot op mijn derde verjaardag.

Markus Meyer laat staaltje topdiplomatie toe

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Blog

De BFO Award. Een kleinood die een sterke man in de rally beloont met een gratis inschrijving voor de daaropvolgende rally. Maar ook vaak voer voor discussie, want hoe bepaal je nu volledig objectief wie de opvallendste prestatie wist neer te zetten in een rally? Net zoiets als een prijs uitdelen voor spectaculairste man van het pak,… Wat zijn daar de criteria van? Iemand die in een reeks waaiers zijn voet ver weg van het rempedaal laat of iemand die in een haakse bocht snel de weg vindt naar de handrem? Moeilijk te bepalen allemaal en dus lokt de beslissing vaak onvrede uit bij piloten die vonden dat zijzelf, en niet die andere, de prijs verdienen.

Ik hoor een blije Bjorn Renier nog zeggen (sorry dat ik u hier even citeer en misbruik maak van een informeel momentje): ‘Ik had die prijs eigenlijk ook wel verdiend’. En gelijk heeft ie. Renier eindigde in een kleine doch vinnige Clio vijfde algemeen in het criterium. Een heel mooie prestatie als je het startveld bekijkt en puur op basis van de kracht van de wagens een glansprestatie.

Renier zou die woorden waarschijnlijk nooit hebben uitgesproken mocht de prijs zijn gegaan naar een piloot uit het nationale gedeelte, want ook hij, net zoals ik, wist waarschijnlijk zelfs niet dat die award kon gaan naar een rijder in het RACB criterium. Toch was het geheel terecht dat die prijs niet naar een rijder van het nationale gedeelte ging, want eerlijk, bekijk de uitslag eens.

Geheel normaal

Pieter Tsjoen wint wat geheel normaal is gezien die Citroën C4, Patrick Snijers wordt tweede wat normaal is want de Mini is de op een na sterkste wagen van het veld. Freddy Loix wordt derde wat normaal is want het is Freddy Loix. Jonas Langenakens wordt vierde want de Ford Focus is een prijsbeest met een onervaren piloot (in een WRC dan toch) aan het stuur. Paul Lietaer wordt vijfde wat normaal is want Lietaer is een streekrijder. David Bonjean wordt zesde wat normaal is met zo’n sterke Peugeot 307. Vincent Verschueren wordt szevende wat normaal is gezien die Polo niet het niveau haalt van een 207 s2000, Bert Cornelis wordt achtste wat normaal is met die rode WRC (toch wel knap voor de WRC-debutant!), Andy Lefevere wordt negende wat normaal is met die achterwielaangedreven BMW in het natte weer, Sebke Sturbois wordt tiende wat normaal is gezien de gebrekkige kennis hier en zijn dino-WRC, en zo kan ik nog even doorgaan. Integendeel, verderop zitten meer ontgoochelingen dan verrassingen. Geheel normaal dat de BFO Award naar het criterium gaat.

Ook welgekomen want zoals eerder al gezegd, dat criterium is maar een heel bedenkelijke vervanger van het oude nationale kampioenschap. Behalve Jean-Luc Berleur (en dan nog) kon niemand in dat kampioenschap zich opwerken en ook voor de toeschouwers blijft het weinig aantrekkelijk en wordt het pas bekeken in een dood moment of op een rally waar maar 40 teams deelnemen in het nationale gedeelte (en er dus tijd zat is om eens te wachten op nochtans snelle Cools’en en Renkins’ van deze wereld). Een mooie geste dus om ook eens dat RACB criterium in het daglicht te stellen.

Compromis à la Belge

En nog meer diplomatiek want de BFO Award werd toegekend aan Markus Meyer uit Sankt-Vith. Moch? Allégow? Sankt-Vith? Dat is toch waar later dit jaar de East Belgian Rally plaats vindt, en waar de TAC de schouders onder de organisatie ervan steekt? Het lijkt een staaltje spitstechnologie om op een dood moment iedereen tevreden te stellen: het RACB Criterium, de organiserende instantie van de afgelopen rally (TAC dus) en diens zusterorganisatie AMC Sankt-Vith! Een compromis à la Belge. Of zoek ik het nu te ver?

Soit, even de complottheorieën aan de kant schuiven, want Markus Meyer is dé terechte winnaar van de BFO Award. De Sankt-Vither heeft het de jury van de BFO Award zelfs gemakkelijk gemaakt en heeft hen staat gesteld om die verdeel-en-heers-politiek te voeren. Meyer laat dus het staaltje topdiplomatie gemakkelijk toe. De vriend van Thierry Neuville, en vaak ook zijn ouvreur, reed een meer dan opmerkelijke rally. Die jongen had nog nooit een West-Vlaamse coupure van dicht gezien, laat staan erin gedoken, maar Meyer ontbond onverschrokken zijn duivels op de proeven in en rond Tielt met enkele fantastische tijden, zelfs in natte omstandigheden. Onderschat dat niet, want zijn kleine doch enorm performante Yaris blijft een voorwielaangedreven dingetje. Bjorn Renier was dan ook de eerste om toe te geven dat Meyer de Award verdiend. Veel te braaf die Renier, op een moment dat hij het recht had om te stoefen!

Marchin

Markus Meyer

Markus Meyer bewees twee dagen later dat hij de Award echt verdient. In de rallysprint van Marchin, gisteren op Paasmaandag, besloot de Oost-Kantonner de wedstrijd op een derde plaats. En Meyer klokte tijdens de vierde ronde op een verzopen parcours zelfs een besttijd. Sneller dan winnaar Philippe Dewulf in een Corolla WRC, sneller dan Olivier Docquier in een nukkige Escort Cosworth en sneller dan Jean-Luc Berleur (Heb ik die naam al niet gebruikt vandaag?).

Oja, de BFO Award voor domste opgave in RS Marchin zou zeker naar Hubert Deferm zijn gegaan. Deferm reed respectievelijk op een steen, paaltje, boompje, muur, om Olivier Docquier door te laten. Je zou voor minder vloeken.

Loeb ondermijnt gezag

Tags

, , , , ,

Actua

Hét nieuws van de week kwam met de vierde manche in het WRC uit Portugal. Wie uiteindelijk de 25 punten van de winst zal meegraaien is nog niet duidelijk. Na afloop van een chaotische rally bleek een stukje van de koppeling op de Citroën van vermeende winnaar Mikko Hirvonen niet gehomologeerd. Dom, zo blijkt want bij Citroën waren ze daarvan vooraf al op de hoogte. Een welgemeende sorry aan het adres van Hirvonen is op zijn plaats. Hirvonen verliest niet alleen een verdiende zege, maar ook de leiding in de WK-tussenstand. Of hoe Loeb alsnog met weinig kleerscheuren naar Argentinië mag trekken.

Een laatste Argentinië? Dat is goed mogelijk, want vorige week liet de rallyrijdende Napoleon van zich horen. Zoals gezegd, hét nieuws kwam uit de rally van Portugal, maar de chantage van Loeb mocht ook wel gezien worden.

Wat was er gebeurd? Enkele dagen voor de rally van Portugal die Loeb als leider in de WK-stand aanvatte vond de Elzasser het nodig om eens fijntjes zijn mening te geven over het bestuurschap van Jean Todt en Michèle Mouton. Loeb liet zich ontvallen dat de keuze van de WRC-bonzen om terug naar een endurance-sport te gaan de beslissing over een mogelijk pensioen zou kunnen versnellen. Pure chantage als je het mij vraagt.

De Franse wereldkampioen uit Haguenau heeft het gehad met de verkenningen, en vindt het niet kunnen dat hij een dag vroeger dan gewoonlijk moet afreizen naar het land waar de rally plaatsvindt. Hij heeft het dan vooral over de rally’s ver weg van huis. Dus even recapituleren. Hij vindt de verkenningen saai, vindt dat hij te lang en te veel moet werken en wil indien mogelijk wegblijven uit Australië, Nieuw-Zeeland, Argentinië, Mexico,… Zo lees ik het toch. En over de proeven weet hij dit: ‘Het zijn gewoon meer proeven die op elkaar gelijken.’ Fronsende wenkbrauwen want geen enkele proef gelijkt op elkaar, toch? Dan moeten ze ook niet meer in de Elzas gaan touren want dat gelijkt toch op Duitsland. En Acropolis, Turkije, Cyprus e.d. kunnen ook beter een coöperatie opstarten dan. Loeb begint meer en meer op een verwaand nest gelijken.

Loeb wil ook sleutelen aan de timing. De Fransman stelt voor om op vrijdag en zaterdag te rijden, zodat er ‘s avonds kan gefeest worden. (Voor feesten in het buitenland heeft hij blijkbaar wel tijd? Voor verkennen minder) Ik kan er wel begrip voor opbrengen maar 2 dagen is toch wel echt kort, zeker nu het er niet bepaald naar uit ziet dat men opnieuw pakweg 16 proeven op een dag zal rijden. Die tijd is al lang voorbij, en zo zijn we het ondertussen ook gewend. In januari klaagde ik nog de vijfdaagse van de Monte-Carlo aan, maar tussen die 5-daagse en Loebs perfecte 2-daagse zit nog een groot verschil.

Loeb mag een mening hebben. Hij is de meest ervaren man van het ganse pak en heeft het WRC zien evolueren, maar zijn pensioen laten afhangen van goede intenties van Jean Todt en Michèle Mouton is een brug te ver. In zijn afscheidsjaar / afscheidsjaren zou hij Todt en Mouton moeten helpen, in plaats van hun gezag op een heikel punt in de geschiedenis te ondermijnen. Als hij zo’n prietpraat verkoopt mag hij gerust het wereldje vaarwel zeggen. Mads Ostberg, Evgeni Novikov en Thierry Neuville hebben getoond dat het ook zonder de fabrieksrijders leuk kan zijn.

Chieusse zet de stand gelijk

Nog wat nieuws dan. Binnen een paar week vindt de Terre de l’Auxerrois plaats, de derde manche van het Franse onverhardkampioenschap en de enige manche die enigszins binnen de straal van 500km uit België ligt. Heel wat Belgen zullen er naartoe trekken, vast en zeker, en voor hen is het misschien leuk om eens te weten hoe het daar zit.

Wel, Paul Chieusse heeft de Rallye Terre des Causes gewonnen. Germain Bonnefis, die eerder de openingmanche won, was opnieuw iets sneller maar verloor 50 seconden op de openingsdag omdat hij dacht dat hij met een lekke band reed. Die vijftig seconden kwam hij tekort om zijn tweede opeenvolgende overwinning te halen. Maar geen erg, want Chieusse houdt het kampioenschap, die veel minder om het lijf heeft dan de voorbije jaren, levend. Jonkie Bonnefis gooide dus weer hoge ogen door in zijn Pug s2000 de bloedmooie 307 WRC af te houden.

Ook goed om weten is dat Jeremy Ancian de snelste was in de Volant 207. Opnieuw na een ongemeen spannendende strijd. De Volant doet ook Auxerre aan en ook de Citroën Trophy zakt naar ginder af met alle Quentin Gilberts en andere Consanis op de afspraak.

Vauthier koelbloedig in Champagne

Tags

, , ,

Actua

Alain Vauthier heeft voor de tweede opeenvolgende keer, en voor de achtste keer in totaal, de rally Vins de Champagne op zijn naam geschreven. Hij haalde het na een heel mooi duel met de onsterfelijke José Barbara en zijn merkgenoot Armando Pereira.

Ik moet terugkomen op mijn beweringen van vorig jaar, en daar voel ik me nooit te beroerd om. Na editie 2011 van deze bloedmooie rally tussen de ranken rond Epernay stelde ik dat Armando Pereira vorig jaar de strijd volledig open gooide door vroeg in de wedstrijd uit te vallen. Alsof ik dacht dat Pereira met de vingers in de neus zou wegrijden van zijn tegenstanders. Alain Vauthier heeft mijn ongelijk bewezen.

De bestuurder van de 206 WRC, een oldtimer bijna, drong zich al vroeg in de wedstrijd op en ging als leider naar dag twee. Hij had dat te danken na twee scratchtijden op het einde van de dag waarmee hij nagenoeg zijn volledige, doch kleine, voorsprong uitbouwde. Michel Bourgeois volgde op twaalf seconden in zijn Mitsubishi Evo 8. Favorieten Barbara en Pereira volgden op dik twintig seconden.

Maar beide routiniers, Barbara en Pereira, halveerden die achterstand op de eerste proef van de tweede dag. Ze verdeelden de besttijden op de volgende zes proeven. Pereira, de man van de ochtend kwam terug tot op dik vijf seconden van de leider maar haakte na de middag af, na een slechte tijd op de twee na laatste proef. Het leek wel een heruitgave van vorig jaar toen de frontstrijders een na een de foutjes opstapelden.

Kielzog

Maar wie dacht dat de strijd gestreden was na het terugvallen van Pereira rekende duidelijk niet meer op Barbara. De Subarurijder bleef in het kielzog en ging de laatste proef in met een achterstand van tien seconden. Barbara deed wat moest, klokte de besttijd op die laatste proef, pietste 3 seconden af van de besttijd van Pereira in de vorige ronde, maar Vauthier bijhalen lukte niet meer. Alain Vauthier bleef veel koelbloediger dan vorig jaar en rondde het mooi en gecontroleerd af.

Ik schrijf dit verslagje, niet omdat ik er bij was, want dat was ik niet, maar omdat Vauthier het verdiend om in ere hersteld te worden, en oja, ook omdat er ons iets opviel in de performerslijst. Iets kleins, een welpje, een Peugeot 106 s16, startnummer 95 (en nee, ze nummeren daar niet in omgekeerde volgorde). Het kleinood reed na 14 proeven (een flink pak meer dan vorig jaar) als zevende over de finish, gekneld tussen twee Mitsubishi’s en voor een rist R3′s. Kijk, dit is nu eens iets waar we warm van worden en waarover een site als Sandropov wil en kan schrijven.

Gap

De prestatie doet ons een beetje denken aan de prestatie van Quentin Gilbert vorig jaar toen hij vorig jaar enkel een 206 en Impreza WRC moest voorlaten. De naam van deze stuntman: Nicolas Grosjean. Geen nieuwe Gilbert, want de man uit Luxeuil-les-Bains, dat is de Franche-Comté, wordt er binnenkort al 27, en heeft eigenlijk nog niet echt veel ervaring. Integendeel, de voorbije jaren kwam de 106 of de Clio, niet veel van stal. Het was zelfs al drie jaar geleden dat hij nog eens Epernay had gereden (hij had er zelfs nog nooit de finish gezien). Maar zijn prestatie het voorbije weekend is het praten waard. Het is door zo’n jongens dat wij, doodgewone rallysupporters die roepen van aan wal, mogen oordelen over wie goed reed, en over wie ontgoochelde. Zo’n mannen leggen de lat. Het is niet normaal dat je een rist top 5-tijden rijdt tussen dat deelnemersveld in een kleine 106, net zoals ik het vorige week niet normaal achtte dat je met een DS3 geen top tien kan rijden in de rallysprint van Moorslede.

Goed, we hopen toch nog meer te horen van deze jongeman. Een bescheiden jongeman, want zijn enige doel dit jaar is om uitgenodigd te worden voor de finale van de Coup de France. Wel, geen zorgen mijnheer de aangename kennismaking: uw ticket naar Gap ligt al klaar.

En nog even voor de volledigheid: Jean-Pierre Vande Wauwer zet zijn zegetocht na Spa verder met winst in Circuit Des Ardennes (stel u voor dat je dat ergens midden de jaren tachtig of negentig kon zeggen), Wilkin won er D123, Tom Cave (je weet wel: die rosse Protonrijder die we in 2010 leuke dingen zagen doen in ‘s Gravenbrakel) haalde zijn eerste internationale algemene overwinning in de Bulldog rally en in Portugal was er de winst van het publiek (wie beelden zag van die hallucinante Fafe-rallysprint zal wel weten waarover ik het heb).

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 335 other followers